is toegevoegd aan je favorieten.

De biecht van een bezetene

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar warmte en de herinnering aan haar teederheden, de echo van haar warme stem. Op den grond naast de half afgegleden deken stond de flesch half vol. Met een kreun pakte ik hem op en ik dronk met smakelooze slokken. De kamer draaide na het snelle drinken en de plankenvloer golfde, maar onbarmhartig helder bleef het hoofd en even eenzaam sloeg het hart.

Had ik haar lief, Henriette? Nog zou ik haar kunnen omhelzen, misschien kunnen winnen tot een eenig en vertrouwd bezit. Maar er was een domme afkeer van den gedeelden lust en geen verwijt, vooral geen verwijt, waar men zich zelf gedeeld wist.

Henriette, zuster in leed en verlies, c'est passé. Een

poilu weet wat dit zeggen wil.

*

Parijs moet ik uit. Tusschen de millioenen kon men die eene ontmoeten, die men ontwijken wou. Het ging nog zoo gemakkelijk niet; de hoeken der straten, de contouren der gebouwen, de sfeer en het dialect hadden een vertrouwdheid gekregen, het was een omstaande veiligheid in eigen ijzige alleenheid, die men vasthield om niet af te sterven van het buitenleven en in zich zelf verloren te gaan.

Maar duidelijker werd het nog den volgenden dag, dat het leven een wending moest maken, ik deze bedding los moest laten om een andere te zoeken, welke, dat wist de God van zwervers en verdoolden.

In de lounge van een hotel, bleek en grauw na een doorwaakten en gekwelden nacht, hinkepootte ik rond, wachtend op den heer, die een guide verzocht had. Er sloegen flarden Hollandsch langs mijn ooren en van Gilbert, den portier, vernam ik, dat ook mijn cliënt een Hollandais was.