is toegevoegd aan je favorieten.

De biecht van een bezetene

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mijn liefde, die de ziel en de klop van mijn leven werd.

Ik ben de minnares geweest van hem, die hoog ging onder de menschen als een ridder te paard.

Mijn liefde was niet legitiem, mijn liefde ging alles te boven.

Er heeft geen vrouw geofferd en geleden als ik.

Er is geen vrouw zoo begenadigd geweest als ik en er is een glimlach over den pijntrek van mijn mond, gelijk men ziet bij de moeder die pas gebaard heeft en dat een wonderlijk getuigenis voor de menschen is, die 't leven in zijn volheid en diepte verstaan.

Mijn held, als een ridder te paard zijt ge weggereden en ik bleef alleen achter met mijn glorie en matelooze droefheid.

Maar ik ben uw minnares geweest! Gij hebt mij tot leven gekust in uw sterken arm en gij hebt mij vele dingen toegefluisterd in feestelijke nachten.

Ik ben de minnares geweest van hem dien ik lief had en die hoog ging te paard.

Ede, 1939.