is toegevoegd aan je favorieten.

De brug

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Nu," begon hij weer, met den achterkant van zijn zilveren potlood op zijn papieren tikkend, „ik heb nog altijd geen antwoord op mijn vraag."

„Direct na de ontvangst van uw brief heb ik uw opdracht uitgevoerd en toen u hier, een week geleden, 's nachts om twaalf uur aankwam, hadden de heeren Betterman en Forbes hun ontslagbrief reeds zeven uur in hun bezit."

Het potlood viel Allanbert uit de hand.

„Mijnheer Helmer!"

Helmer ging recht zitten en keek Allanbert beleefd aan.

„Wist u, dat de heer Forbes ontslagen was?"

„Jawel, mijnheer Allanbert. Ik heb hem zelf dien ontslagbrief gegeven."

„Waarom heeft u mij daar niets van gezegd?"

„Omdat ik dacht, dat dat ontslag in opdracht van u was gegeven?"

„Op grond waarvan? Had de heer Fetter dat gezegd? Of stond het in dien ontslagbrief? En de heeren Betterman en Forbes, waarom heeft u geen van beiden wat gezegd?"

Betterman en Forbes keken elkaar vragend aan. Toen antwoordde Betterman benepen en zenuwachtig:

„Omdat wij ook dachten, dat dat ontslag van u afkomstig was.

„Ja, maar waarom dan? Ik begrijp er niets van. Nog nooit heb ik zoo'n troep idioten meegemaakt."

„Pardon, mijnheer Allanbert," kwam de dokter zeer minzaam, „idioten, zegt u, nietwaar?"

„Nu ja. Wij hoeven hier onder elkaar toch niet over zoo'n woord te vallen. In ieder geval, wat zit hier achter? Zijn jelui dan allemaal bang voor mijnheer Fetter?"

Niemand gaf antwoord.

„Mijnheer Allanbert," vroeg de dokter, „mag ik het woord doen voor de heeren? Zij kunnen u waarschijnlijk geen van allen een bevredigend antwoord geven, omdat zij wel weten, maar niet begrijpen wat er gebeurd is."

„Ja, goed!" klonk het nijdig.

De dokter ging er eens makkelijk bij zitten en stak met