is toegevoegd aan je favorieten.

Tweesprong

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoe het schreeuwen der mannen, die er inzaten tot hier opsteeg. De schuit was bijna leeg, hoog op het water lag ze, hij keek nu in de gapende diepte van het achterruim. De grijpers zwaaiden van schip naar wal, van wal naar schip, zonder oponthoud. Kletterend klonk op den wal het neerstorten van den inhoud der opgehaalde en achterwaarts zwevende grijpers ; Rouke kwam ooren en oogen tekort, om dit alles snel genoeg te kunnen volgen.

In het nauwe gangpad, waar de pater en hij stonden te kijken, kwam een schepeling aan ; voor zich uit droeg hij een koffiekan naar de kapiteinshut. Hij keek even op en liep voorbij met een korten groet naar de twee toeschouwers, die wat verder geloopen waren naar een plek, die passeeren toeliet.

Pater Vrolijk wees Rouke de kleine deur, waar deze man door te voorschijn was gekomen.

„Dat zal de kok wel zijn, nu gaan wij even neuzen in zijn kombuis, dat is de keuken op 't schip. En dan gaan we eens gauw verderop, want er is nog meer te bekijken."

Om er te komen, moesten ze door de stofwolken heen, die uit het achterruim opsloegen, de jongen wreef zich even later het gruis uit de oogen.

„Stof krijg je hier overal cadeau, ook daar wen je wel aan. Er is maar een middel : goed schoonmaken steeds 1"

In het hokje boven de machinekamer, dat als kombuis dienst deed, keek de jongen verbaasd naar de orde die er heerschte. Het waren maar weinige en een-