is toegevoegd aan je favorieten.

Timboel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die telkens aanzwelt en weer vervaagt, weer aanzwelt en zachtjes vervloeit in de verte. Het is de liefdeszang van het verlangend gemoed van een jongen man, dat zich uitzingt in den geurenden zilveren sprookjesnacht, telkens herhalend zijn droomelied, maar steeds toch weer anders. Timboel's vader houdt lange gesprekken met den satehverkooper. Veel nieuws valt er te vertellen, over en weer, want in de dessa's bestaan geen kranten; daar gaan de nieuwtjes van mond tot mond. Behagelijk rookt hij zijn zoet geurend strootje, tot het tijd wordt om nog wat te gaan slapen voor de hanen den dageraad zullen aankondigen.

De maan neemt al afscheid en de nacht is bijna om, als zij den kampong binnen gaan. Zwak verlicht staat daar hun huisje, en hoog erboven, opgeheschen aan lange bamboepalen, buiten het bereik van rat of muis, hangen de schommelende kooitjes der perkoetoets. De kopjes tusschen de veeren, slapen Timboel's witte duiven rustig boven op de til. Op den drempel, den pot met bladerkoffie naast zich, zit zijn moeder hen geeuwend op te wachten.