is toegevoegd aan je favorieten.

Timboel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tweede vrouw nemen, als ik kinderloos blijf!" En als ze het laatste stukje vleesch geofferd heeft en het leege pisangblad heeft weggeworpen, gaat Sipa, slechts gehuld in haar sarong, die ze tot hoog onder de oksels heeft opgetrokken, baden in het heilige water. Ze drinkt er van en vult er een bamboekoker mee. Alles, om haar vungen wensch vervuld te zien.

En als ook Timboel van het geluk aanbrengende water gedronken heeft en een koker met het kostbare vocht heeft gevuld, om het straks mee naar huis te nemen, zet hij zich in de schaduw tegen een boom en wacht geduldig op Sipa.

In de adembeklemmende stilte hangt de broeiende warmte der middaguren tusschen de muren en de roerloos staande palmen en klapperboomen. Geuren van kemoening en kembodja bezwangeren de zwoel heete lucht, die trilt boven de afgebrokkelde steenen, het vredige tuintje en het vijvertje. Die geuren, de bemoste steenen, de gewijde stilte zijn als een herinnering aan een vergeten wereld. Achter den vijver, beschermd door een verweerden muur, ligt een kerkhof. De houten deur, sierlijk bewerkt in lang vervlogen tijden, verleent toegang tot graven van vroegere Sultans en hunne vrouwen, voorzaten der tegenwoordige vorsten; eeuwen geleden reeeerend over het machtige nik Mataram.

12