is toegevoegd aan je favorieten.

Timboel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Terwijl Sipa zich baadt, zit Timboel droomerig te kijken naar een lange ri] miertjes, die uit een hollen boomstam te voorschijn komen. Zij gaan, tusschen grashalmpjes door, regelrecht naar het weggeworpen blad, om daarna in een wijden boog terug te keeren. Elk diertje draagt zijn buit naar binnen. Vreemde bedrijvigheid in deze sfeer van stilte en vergetelheid.

Ergens, uit den top van een boom, klinkt onafgebroken de ver verwijderde roep van een roofvogel.

„Het gaat regenen," denkt Timboel.

Als Sipa zich weer aangekleed heeft, gaan ze voorzichtig, elk met hun koker, de trapjes weer op, denzelfden weg terug langs de waringins naar den straatweg.

Even buiten het stadje wacht hen Wirio aan een warong. Een eind verder, schuin over den weg, staat de grobak, terwijl de sappies zich te goed doen aan een donkergroene haag van kembang sepatoe.

Hrrrrrt! Hrrrrrt!" spoort Wirio de sloome dieren aan, als de leege grobak huiswaarts schommelt onder een donker wordenden, dreigenden hemel. Halverwege plast de regen in stroomen neer, zoodat Timboel geen meter voor zich uit kan zien. Behagehjk