is toegevoegd aan je favorieten.

Timboel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Hoe zou ik dat weten? De Njonja heeft het ons immers gegeven. Nog vier dagen en dan gaan we met 'Ndoro naar de bergen en daar is het heel koud," zegt Timboel gewichtig.

„Het is voldoende, 'Mboel," zegt Djait, nadat hij het zachte, gestreepte flanel zorgvuldig heeft uitgemeten. „Je weet, ik reken vijftig cent voor het maken van een baadje en dertig cent voor een broekje."

,,Mijn moeder heeft gezegd, dat alles bij elkaar niet meer dan negentig cent mag kosten. Meer maakloon heeft 'Ndoro Njonja niet gegeven." „Loh! Negentig cent maar! Dat gaat niet!" moppert Djait beleedigd. „Dat is toch te erg, en veel te weinig betaald voor een werkelijk goeden djait!" Hierop blijft Timboel hem wijselijk een antwoord schuldig. Geduldig laat hij zich de maat nemen. „Tabeh, Toewan! Soedah bangoeng, Toewan!" „Je gaat dus naar de bergen," mompelt Djait tusschen zijn afhangende snorrepunten, de beo negeerend. „Ik ben ook eens in de bergen geweest, héél ver van hier. Dat was, laat eens denken, misschien wel vijftien jaar geleden. Er woonden geen menschen daar boven. Het was er zoo vreeselijk hoog, dat ik, als ik er 's nachts geweest was, misschien wel van de sterren had kunnen plukken. Binnen in den berg was vuur en het rook er naar zwavel,