is toegevoegd aan je favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze kleeden zich aan en praten maar over onbenullige dingen en kijken maar zijdelings naar elkaar, net als gister — net als al die jaren daarvoor.

Dan zitten ze ook weer aan het ontbijt. Ja, iéts is er misschien toch wel anders, een kleinigheid. Waar ligt het aan? Iets in de uitdrukking van Anne-Cris haar gezicht?, een bepaalde intonatie . . .? Het gebaar waarmee ze het brood bij hem neerzet? Hij weet het niet goed.

Later treft hem nog iets, dat anders is. De jongens willen wat vertellen van school, willen hard en schreeuwerig door elkaar heen praten. Ze doen dat wel meer. Het heeft hem vroeger vaak gehinderd en vaak is hij er tegen ingegaan. Anne-Cris zweeg dan. Maar nu beweegt Anne-Cris waarschuwend haar wenkbrauwen en kijkt daarbij in zijn richting. De jongens praten zachter, praten haast mompelend. Ze vragen nergens naar. Ze zeggen niet eens: „Wat bedoel je, Moeder?" Ze doen overdreven zacht. „Dat krijgt ze dan toch klaar", denkt Taco. Anne-Cris vangt zijn blik op — ze glimlachen saamhoorig. Voor andere menschen beteekent dat misschien niets — voor hen tweeën is het wat heel bizonders. Wanneer hebben ze tegelijk om iets moeten glimlachen, de laatste tijd? „Nooit", denkt hij. Maar tusschen die wederkeerige glimlach in — ligt toch altijd nog een afstand.

Taco doet zijn werk zoo'n beetje terloops. Gezichten trekken voorbij, gesprekken ratelen langs hem heen, hij luistert, antwoordt, vestigt hier en daar zijn aandacht op — en wacht. Er is een nerveus ongeduld in hem. Hij weet niet waarom. Anne-Cris zal toch wel gewoon thuis zitten. Als hij binnenkomt, zal Anne-Cris misschien