is toegevoegd aan je favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij mij kwam en. je opeischte, en mij zei, dat ze rechten op je had, en me zei dat ik je niet waard was. Ik heb er over nagedacht — toen ik dat weer kon, en ik ben het anders gaan inzien. Maar ik moet dan toch zeggen — wat er was — waar je al die jaren op gewacht hebt, dat moet ik je zeggen . . ." Hij zit al niet meer recht-op, hij leunt voor-over, en hij is vuurrood. Terloops oogt hij naar dat glas met allonal bij de bureaulamp. „Och, het doet er niet meer toe", mompelt hij vermoeid. De scheeve plooi aan haar mondhoek wordt dieper. „Laat me het toch maar doen", verzoekt ze, „toch . . . Het zal niet lang duren. Ik ga — zoo weer weg — dadelijk . . . Een korte stilte. Een wachten. Ze praat door. „Ik heb aan alle kanten schuld, Taco, aan alle kanten ongelijk. Ik kan in geen enkel opzicht vrij uit gaan. Ik ben erger dan een — beest geweest, een beest kan niet zoo wreed zijn als ik geweest ben. Een monster zei je, op die nacht, ja een monster — ik was er zoo-een die een vlieg die haar steekt, een voor een de pooten uitrukt en de vleugels en dan nog aan een heete naald rijgt ja, zoo is het. Ik brak jouw leven en jij brak mijn bokaal en het was veel erger dat jij mijn bokaal brak, dan dat ik jouw leven brak. Je snikte het uit in bed, die nacht, maar dat was voor mij geen reden om natuurlijk tegen je te zijn, om tenminste eenigszins mijn ongelijk te bekennen. Dat kruisje van je — die eindelooze goedheid nee, je wou mij omkoopen, om niet bij Crijna te komen . . . Ik heb een rol gespeeld jaren lang, en ik ben in die rol vastgegroeid, ik was niet meer een vrouw met een hart, ik was een rol. Eerst heb ik die eene rol gespeeld, die \an de flinke kranige jonge vrouw. Ik voelde me prachtig