is toegevoegd aan je favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der erg geweest zijn, als dat wel zoo geweest was. Dit was smeriger — viezer . . . ongezonder . . Ze leunt wat voorover, drukt de ellebogen op de knieën, en houdt haar handen als een scherm boven haar oogen. „Ik nam ook te veel allonal in, voortdurend allonal", ze praat mompelend, „die nacht stond het ook klaar. Je moest vooral denken dat ik sliep. Maar ik sliep niet. En ik zag — hoe je leed — ik had ook geleden . . . door mijn eigen schuld, maar daar dacht ik niet aan ... en ik stak geen vinger naar je uit om wat voor je te doen, om je ellende een beetje te verlichten — onmenschelijk was ik, onmenschelijk. En nou kan ik wel zeggen: vergeef me. Maar wat is dat . . .? Wat is dat? Dat is of je iemand die je een millioen afgegapt hebt een dubbeltje teruggeeft! Zie je, en dat heb ik allemaal gezien, daar ginder toen ik de menschen over hun kleine en groote zonden hoorde praten. Het was of er een dikke mist optrok — en ik zag mijzelf. God, God, ik zag mijzelf — toen eerst — zooals jij me altijd hebt moeten zien. En al wat jij er over zei, dat gleed toch langs me heen, en daar — ineens . . . het was of er iets weg viel. Een week geleden zou ik er om gelachen hebben, zou ik het iets „voor de fijnen genoemd hebben, iets voor het Leger des Heils. Nu kan ik enkel maar — enkel maar — ja, wat kan ik nog?, kreunen in mij zelf, en allonal innemen, nog meer allonal, als het weer zoo erg wordt. Als ik schreeuwen moet om mijzelf, schréeuwen . . .!" Ze balt haar vuist, een kleine krachtelooze knuist, ze houdt hem vlak voor haar oogen, ze kijkt er naar door een mist van tranen heen, en nijpt haar lippen ver naar binnen als een oue vrouw. „Ik — ellendig mensch . . Ze wendt haar gezicht niet