is toegevoegd aan je favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mantelstof, boerenbontjes, dus .... naar het hart van zijn bedrijf: den winkel.

Over een goed uur zal hij weer in dien winkel staan, weltevreê als er maar klanten komen. En die klanten komen wel. Maar zoo direct na 't ontwaken is hij nog niet weltevreê in het denken aan den winkel, 't Is Treesje, die altijd verlangend is naar de eerste bel, de eerste klant, die er ook bij hem het vuur steeds weer in weet te brengen. En dat doet ze, gezeten aan het kaptafeltje, waar ze vaak met haar aardige dunne stem een operawijsje aan zingt.

„De dokters hebben ongelijk gehad, Arend," zegt ze opeens, na Connais-tu le pays uit Mignon, dat ze vaak 's morgens zong.

„De wat?" vraagt hij slaperig.

„De dokters hebben ongelijk gehad, ik kan wèl een kind krijgen."

Recht overeind zit Arend in zijn huwelijksbed. Na vier jaren ineens dit bericht van het nietige figuurtje. „Weet je dat zeker, Treesje?"

„Ik ben toch geen kind meer."

Maar Arend is al bij haar. En hij heft het vrouwtje omhoog, het pluisje waar nu in voltrokken werd dat wondere, dat vreemde, waar hij tusschen keper- en graslinnengeuren zoo knagend naar verlangd heeft, zonder dat het over zijn lippen ooit kwam. En dien avond eten zij intiem in hotel De Zalm. Ze zeggen niets aan anderen, praten er amper met elkaar over, hoewel het besef ervan altijd tusschen hen is. En dat bleek echter ook maar beter, want een maand daarna verloor ze de kans op dit moederschap. Een bange week