Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten extra en het gebeurde — zeldzame weelde! — dat Koen daarvoor een grote krentenslof mocht kopen. De hoop op deze beloning hield de bereidheid in hem steeds wakker.

Het deutels-maken had hij nu ook onder de knie, hij werd er niet voelbaar vermoeid van. Een deutel was een spits toelopende houten pen, achtkant en ongeveer vijftien centimeter lang. Ze werden door het hout van de romp in de kromhouten gedreven en in de kop van de deutel joeg men nog weer een houten pen om de kop stevig in het kromhout te persen. Die pennen staken de kleinere jongetjes, zoals we weten, voor zeven centen de duizend. Maar deutels maken dat was wat anders, dat was werk voor jonge sperwers als Koen: op lengte gezaagde en gekloofde stukje grenenhout werden in het deutelblok geklemd en dan geschaafd, spitstoelopend en achtkantig. Dit eiste kracht en behendigheid, bracht goede verdiensten: twaalf centen de honderd. Als Koen in zijn vrije tijd niet anders deed, maakte hij soms wel vijfhonderd deutels in de week, dat was een Zaterdagloon van twaalf stuivers.

Zo groeide de kracht en het zelfbewustzijn. Zijn grootste trots was, dat hij tegen het eind van de winter bij Nars’ baas al eens mocht helpen bij het maken van hamerstelen. Hamerstelen werden van goed doorgewaterd essenhout vervaardigd. Het schuurtje van den baas lag vol op maat gezaagde boomstukken. Bij elk stuk, dat onderhanden werd genomen, zette de baas op een kopsend het hakmes en de jongen, hoog heffend de sleg, gaf er een daverende hengst op, zodat het stuk met de draad mee-gespleten werd. Deze hamerstelen waren de paspoorten tot de werf, maar daarvan profiteerde Koentje pas maanden later.

Het was op een Zondag van de jonge zomer, dat Koen

Sluiten