Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dienende tot opluistering van een nationalen feestdag of andere bijzondere plechtigheid, bestaat uit eene inspectie gevolgd door defileeren. Heeft op eene parade het uitreiken van ridderorden, het beëedigen van nieuw aangestelde officieren of iets dergelijks plaats, dan geschiedt zulks na de inspectie doch vóór het defileeren.

De inspectie, doch vooral het defileeren, zijn niet alleen een eerbetoon, dat door den troep gebracht wordt aan den persoon, die de parade afneemt, — bij ons aangeduid als de inspecteur, — doch teven een eerbetoon, dat deze aan den troep brengt. Wanneer indertijd de bezetting eener vesting, nadat deze was overgegeven, voor den overwinnaar defileerde, dan was dit geene uiting van deemoed van den overwonnene, doch eene hulde die haar gebracht werd voor hare heldhaftige verdediging; de bezetting defileerde dan met slaande trom, vliegende vaandels, brandende lonten en met den kogel in den mond1). De tegenstander presenteerde het geweer (Sortie de la garnison d'Huningue.) Bij de overgave van Metz in 1870 hebben de Duitschers aan de Franschen dit eerbetoon niet willen geven.

*) Bij de oude voorlaadgeweren was een der laatste handelingen bij het laden het in den mond nemen van den kogel, dien men daarna in den loop deed glijden. Wanneer dus gedefileerd werd met „den kogel in den mond" zoo had dit evenals het branden der lonten de beteekenis, dat de troep nog gevechtsvaardig was en desnoods ieder oogenblik den strijd nog kon hervatten.

Sluiten