Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat er overigens nog wel eens merkwaardige dingen gebeurden blijkt ons uit een bestuursbesluit van 1903, waarbij alle records te Arnhem gemaakt worden vernie-

tigdd, omdat de baan 34 M. was in plaats van 40 M.

„zooals tot nu toe werd aangenomen”.

Het ledental van de toch al niet zoo erg jonge bond baarde in deze dagen zorgen, welke eerst langzaam overwonnen werden. Uit alle mogelijke half officieele mededeelingen hebben wij de volgende totalen kunnen putten:

1892 773 1904 1253

1893 790 1905 1404

1894 831 1906 1525

1895 899 1907 1480

1896 1090 1908 1774

1897 1114 1909 1847

1898 1154 1910 2044

1899 1239 1911 2337

1900 1266 1912 2354

1901 1112 1913 2194

1902 975 1914 2971

1903 982 1915 3197

De Zwemkroniek

welke voor de eerste maal bestond uit de heeren: G. Langelaar Jr. (voorzitter); J. M. Cortlever; J. J. Jonker; Aug. Kappenburg en K. L. Smith.

De Polo-Competitie wordt gevormd door A.Z. 1870, IJ, D.J.K., H.V.G.B., L.Z.C., terwijl de tweede zeventallen der Amsterdamsche clubs de heele tweede klasse vormden. D.J.K. werd in beide klassen kampioen.

Eigenlijk is dit polo-kampioenschap wel het meest merkwaardige van alle bondskampioenschappen. Men oordeele zelf:

1901 H.V.G.B.; 1902—1910 D.J.K.; 1911—1922 IJ; 1923 G.Z.C.; 1924—1925 IJ; 1926 Dolfijn; 1927—1934 IJ; 1935—1936 H.Z. & P.C.; 1937 IJ.

Nog merkwaardiger zouden wij deze kampioenslijst kunnen maken wanneer wij de geheele competitiestanden zouden kunnen opgeven, hetgeen ons bestek echter niet veroorlooft. Weinige vereenigingen was het echter in die jesren beschoren, ja zelfs tot 1928, het eerste klasse praedikaat te voeren. Het waren: in Amsterdam: D.J.K., IJ, A.Z. 1870, Dolfijn; in Rotterdam: R.Z.C. en Maas; in Haarlem: H.V.G.B.;

Opening Badinrichting Obelt Zomer 1914, met Mevrouw Triebels en wijlen den Heer W. t. Bredius tzn.

Voorwaar was dit in ons waterland nog geen groot totaal, maar toch werd er door dit kleine groepje veel gedaan en vinden wij steeds een vaste leiding. Geen wonder wanneer van het dagelijksch bestuur jaar in jaar uit twee man steeds het roer in handen houden, Bredius als voorzitter, Cosyn en na hem Latenstein als penningmeester. Alleen het secretariaat was nog al wat wisselend, ofschoon wij niet anders kunnen constateeren dan dat hier ook knappe mannen het roer in handen houden. In 1906 is het Aug. Kappenburg, die echter na amper een jaar wegens gezondheidsredenen moet aftreden. Hij wordt opgevolgd door Frits Veerhoff die in 1908 een gedrukt Jaarverslag uitgeeft.

In dit jaarverslag wordt dankbaar gewag gemaakt van de groote propaganda welke uitging van de wedstrijden in open water gehouden. Zwarte Water, Arnhemsche Zwemclub en D.J.K. waren deze voorloopers, terwijl later ook R.Z.C., U.Z.C. en Neptunus Zaandam vele malen het voorbeeld volgden.

In 1905 wordt een nieuw Wedstrijd Reglement samengesteld, dat immer een groote bron is voor voorstellen ter Jaarvergadering en vrijwel constant (tot nu toe) gewijzigd wordt!

Voor het waterpolo is dit een belangrijke tijd omdat besloten wordt tot instelling van een Waterpolo-Commissie,

in Utrecht: U.Z.C.; in Gouda: G.Z.C.; in Gouda: G.Z.C.; in Zaandam: Neptunus; in Amersfoort: A.Z. & P.C.

terwijl in de oorlogsjaren de Belgische zwemmers in de C.N.B. vereenigd ook aan de eerste klasse competitie deelnamen.

Van de deelnemers aan de eerste competities bleef niemand blijvend eerste klasser. Het IJ degradeerde nimmer, behaalde 24 maal het kampioenschap en enkele malen waren IJ I, II en III kampioen der eerste, tweede en derde klasse. Van 1911 tbt 1935 onderbrak alleen de G.Z.C. met haar ploeg van 1400 pond en Dolfijn de reeks IJ-Kampioen schappen.

Toch is het waterpolo eerst zeer langzaam gegroeid en tot voor enkele jaren kwamen wij nimmer op internationaal peil. In 1905 wordt voor het eerst besloten tot een jaar lijksche ontmoeting tegen België en bijna steeds moeten wij het onderspit delven.

Ook hier weer vinden wij telkens notities, welke ons bekend in de ooren klinken. Het zijn vaak kleine belangetjes welke leiden tot groote conflicten, doch steeds weet het Bondsbestuur olie op de golven te storten.

Aan den anderen kant vinden wij de wedstrijden om toen belangrijke prijzen, welke nu reeds vergeten zijn, bijv. de

Sluiten