Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijken aanleg niet genoeg beteugelde en beheerschte, niet onderwierp aan hoogere plichten, aan die ernstiger behoeften des geestes, die de zorgen voor het stoffelijke verre overtreffen, en die een vrede geven, welke alle verstand te boven gaat.

Welke vruchten deze vermaning droeg, zal ons blijken als wij den levensloop der beide zusters verder volgen.

Aan den vertrouwelijken omgang van Jezus met dit gezin, gelijk wij dien in de evangeliën geschetst vinden, danken wij onzen heerlijksten troost, onze teederste droefheid als de dood ons huis binnentreedt en ons het liefste ontneemt wat we op aarde bezitten mochten.

Immers zelfs voor wie Jezus zoo liefhad als Maria en Martha, kende de wet der natuur geen mededoogen. Ook dat gezin werd, zelfs in 's Meesters nabijheid, niet verschoond door den koning der verschrikking. Smart en lijden waren ook daar niet buitengesloten; de bitterste beproevingen des levens grepen ook daar in het hart, en dat op een tijdstip toen zij het minst werden geducht.

Lazarus, dien Jezus liefhad, de beminde broeder van Martha en Maria, wordt ziek. De zusters roepen den Meester, zeggende: "Heer, zie, dien "gij lief hebt is krank." Maar hun goddelijke vriend en gast, de medicijnmeester der kranken, blijft weg en laat niets van zich hooren. Met voordat Lazarus reeds vier dagen in het graf gelegen heeft, nadert 'Jezus het stedeke Bethanië.

Ook hier wordt het verschil tusschen de beide diep bedroefde zusters zoo juist en fijn ons geteekend: "Martha dan, als zij hoorde dat Jezus "eindelijk kwam, ging hem te gemoet; doch Maria bleef in huis zitten."

Hoe natuurlijk is ons die haast van Martha om den Heer te ontmoeten, en hoe natuurlijk tevens klinken hare half-verwijtende woorden: "Heer! waart gij hier geweest, zoo ware mijn broeder niet gestorven." De

Sluiten