Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE HOOFDSTUK

DE OVERVAL

Stil zat Roland voor zich uit te staren en verwonderde zich over de gedachten, die in zijn hoofd opkwamen.

Nauwelijks een jaar was hij van school af, maar het leek hem, of al de schoolzorgen en schoolpretjes eindeloos ver achter hem lagen. Hoe had hij zich ooit druk kunnen maken over een niet-gekende les, over een som, die niet uitkwam? Hoe had hij ooit dolblij kunnen zijn met een tien voor zijn werk?

Nu lacht hij om dat kinderspel en is volkomen ingeburgerd tussen de grote jongens.

Volkomen? Waarom zit hij dan op 't ogenblik hier te suffen en naar de óndergaande zon te kijken en naar de siksi-joeroe's te luisteren? Hij kan naar de landingssteiger gaan, waar hij zeker een troep van zijn kameraden vinden zal; daar kan hij de laatste nieuwtjes horen en vindt misschien nog wat te verdienen, als de motorboot van zijn dagelijkse oversteek naar de Engelse oever 2) terugkomt; hij heeft wel eens meer een vreemdeling de weg mogen wijzen en zijn koffer mogen dragen.

Maar vandaag had hij weer een van die buien, zoals hij de laatste tijd meer had; dat hij op het dagelijkse gedoe van zich en z'n kameraden met dezelfde minachting neerzag als op de onbenulligheden van het schoolleven. Wat had je er allemaal aan? Een onbestemd verlangen, een soort heimwee, tegenzin in alles en tegen allen maakte hem onverschillig en loom; hij kende zichzelf niet terug, nu hij zo zat te mijmeren. Hij wist zeker: de bui zou weer over gaan, en vanavond zou hij weer de grootste druktemaker van de troep zijn, de „razende Roland", zoals meester hem noemde op school. Maar

') Siksie-joeroe: een soort krekel, die vooral rond zes uur (Neger-Engels: siksie-joeroe) zijn ge-tjierp doet horen.

') Brits-Guyana of Demarary, door de rivier de Corantijn gescheiden van Nickerie, het Westelijke district van Suriname.

Sluiten