Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn vriend staande, drong het voor het eerst van zijn leven tot hem door, dat men iets van twee kanten kan bekijken. Al waren het honderdmaal Javanen, verdienden ze daarom zó bespot en geminacht te worden?

Zonder verder nadenken zag hij het enige, wat hem op 't ogenblik te doen stond.

Zo onverschillig mogelijk wendde hij zich tot Max:

„Ga je mee, Max, dat is geen spel meer!"

Max deed in onverschilligheid niet onder: „Mij goed, ik verveel me ook!"

Tot aan huis toe hadden ze verder geen woord meer gezegd; beiden hadden genoeg te verwerken; hun vriendschap was toch eigenlijk niet zo eenvoudig, als ze altijd gedacht hadden en kon hen wel eens in ernstige moeilijkheden brengen. Zou zij daartegen bestand blijken?

Toen ze van elkaar gingen, keek Max zijn vriend recht in de ogen: „En morgen?"

„Morgen gaan we zwemmen bij de sluis en meteen mijn nieuwe katapult proberen; dat hadden we toch afgesproken?"

„Is goed; tot morgen dan!"

„Blijf goed hoor!'

's Avonds had Roland opgewonden verhalen gehoord, hoe de match tenslotte was uitgelopen op een geduchte kloppartij; ook de oudere Javanen, die zich eerst afzijdig hadden gehouden, wilden meedoen, maar door krachtig optreden van een paar opzichters, waren de vechtenden gescheiden en de Nickerianen afgetrokken onder luid schelden en schreeuwen.

De Javanen hadden gezwegen, maar de opzichters, die hun volkje kenden, waren meer bezorgd voor de zwijgende Javanen dan voor de schreeuwende Creolen.

Een paar dagen bleef alles rustig, tot nu eensklaps het bericht kwam: de Javanen komen!

Roland begreep terstond: als werkelijk alle Javanen van de plantage in opstand waren gekomen en met hun houwers en stokken tegen de Creolen optrokken, dan was Nickerie verloren. De Javanen, die in het dorp zelf woonden, zouden natuurlijk gemene zaak met hen maken, terwijl de duizenden koelies in Nickerie en in de polders

Sluiten