Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er werkelijk gevaar moeten zijn voor de gebouwen of de rietvelden.

Van die zorgen wist of hoorde Roland niets; wel vernam hij nog, dat de Javaan, die de plannen verraden had, op onverklaarbare wijze was verdwenen. Daarover waren heftige woorden gevallen tussen den Commissaris en den Inspecteur van politie. De Javaan had gevraagd zo gauw mogelijk naar Demarary te mogen vluchten, om de wraak zijner rasgenoten te ontkomen. De zwarte Inspecteur had geadviseerd de Gouvernementsbarkas daarvoor beschikbaar te stellen en den man nog denzelfde avond naar de overkant te brengen. De Commissaris had dit geweigerd; de volgende morgen, als de boot toch ging, was het nog vroeg genoeg; hij moest die nacht maar op de politiepost doorbrengen: „of kunnen jullie je eigen burcht niet verdedigen?" had hij schamper gevraagd. De Inspecteur had moeten gehoorzamen; een paar uur later was hij komen melden, dat de vogel gevlogen was. De Commissaris was woedend opgestoven: „Kunnen jullie met z'n allen niet één kerel vast houden?" De Inspecteur had zich verdedigd: „U hebt geen order gegeven hem in een cel op te sluiten, en eigenmachtig mochten wij dat niet doen; dat hebt U laatst zelf gezegd. Toen was U kwaad, omdat we een man, die volgens geen enkele wet of politie-verordening schuldig was, zonder uw bevel hadden opgesloten; nu hebben we het niet gedaan, om u niet kwaad te maken!"

Noch de toon, waarop dit gezegd werd, noch de uitdrukking van het zwarte gezicht, gaven den Commissaris reden tot aanmerking; voor de zoveelste maal moest hij erkennen, dat hij met zijn woedende uitvallen en dictator-allures toch niet opgewassen scheen tegen de berekende onderdanigheid der Creolen.

Kwaad had hij den Inspecteur weggestuurd; met een uitgestreken dienstgezicht was deze de groep mensen gepasseerd, die vlak voor het half-open kantoor stonden en natuurlijk alles hadden gehoord. Hij genoot van zijn triomph op den bakra '), maar wachtte zich wel, daarvan iets te laten blijken. Allicht stond er een bij, die hij zich vroeger tot vijand had gemaakt, en die nu door een goedkeurend: „Je hebt hem mooi te pakken!" een triomfantelijk lachje of knipoogje wou uitlokken, om morgen aan den Commissaris te gaan

') Bakra: blanke.

Sluiten