Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE HOOFDSTUK

De Slag van Waterlo

Nog nooit had Waterlo zulk een spannende dag beleefd, en wanneer de opzichters na hun onderzoek in de kampong meldden: niets bijzonders ontdekt! was dat alleen, omdat ze niets wilden ontdekken. Ze bemerkten heel goed, hoe hun contractanten tevergeefs probeerden onder een onverschillig uiterlijk hun opwinding te verbergen. Er broeide iets, maar wat konden ze doen? Wat is een dozijn opzichters tegen 300 man, die zich ongetwijfeld goed van wapens voorzien hadden? Dikwijls hadden ze gehoord en gelezen, hoe in de slaventijd hele benden weggelopen slaven verschrikkelijk huishielden op plantages, waar directeuren en blankofficieren bijzonder gehaat waren. Zelfs het gouvernement had dan vaak machteloos gestaan en de vernederendste onderhandelingen moeten aanknopen met de marons2) Al waren de Javanen over 't algemeen niet zo sterk gebouwd en gespierd als de negers, hun aantal en hun bewapening maakten hen nog geduchter. Hoe verschrikkelijk plundering en brandstichting van Nickerie dan ook wezen zou, het zou nog erger worden, als ook de fabrieksgebouwen, directeurs- en opzichterswoningen de prooi der vlammen werden, terwijl zij zelf dan de eerste slachtoffers Zouden worden. Als op stilzwijgende afspraak besloten zij dus niets te zien en niets te rapporteren.

Een paar van de oudste opzichters, die hun volk het beste kenden, hadden enig vermoeden dat niet alleen de wraakneming op Nickerie de contractanten zo in opwinding bracht en zij hadden goed gezien.

Er moest een oude veete uitgemaakt worden tussen de Javanen onderling, en dat bracht de anders zo lome en onverschillige kerels in zulk een heftige beroering.

Sinds ongeveer een jaar was het aan de gang. De oude mandoer 3)

l) Blankofficieren: slaven-opzichters.

!) Marons: weggelopen slaven.

■) Mandoer: officieel erkende hoofdman der Javanen.

Jong Suriname op avontuur. 3

Sluiten