Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mislopen. Mac Donald voelde dit laatste heel goed aan als ernstig bezwaar, maar meende de Engelse sportiviteit oneer aan te doen, als hij weigerde.

Bij de match tegen het Nickerie-elftal waren alle Javanen één geweest in haat en woede tegen de Creolen, die zo duidelijk hun minachting voor de „Japanesi" lieten blijken, Natimans invloed steeg geweldig en hij had, geheel buiten den mandoer om, de wraakplannen gesmeed en de leiding er van in handen genomen. Toen de ouderen er met Karbani over spraken, had deze rustig geantwoord: „Geen sprake van; ik wil het niet en daarmee afgelopen!"

Deze woorden werden letterlijk aan Natiman overgebracht en, mocht deze nog geweifeld hebben, dan stond zijn besluit nu onherroepelijk vast: Het gaat door!

Hij was het, die met duivelse sluwheid het plan geopperd had, om den zoon van den Javaansen ambtenaar in hun macht te krijgen. Daarmee wilde hij niet alleen een hoge troef in handen hebben bij het gewaagd spel, dat ze speelden, maar ook zijn persoonlijke wrok koelen tegen dien ambtenaar. Toen hij eens diens voorspraak ingeroepen had voor een baantje op het Commissariaat en zich beroepen had op zijn ontwikkeling, was hij afgescheept met de schampere opmerking: „We hebben nog liever geheel onontwikkelden, dan half ontwikkelden, zoals jij J" Nu zou hij eens tonen, waartoe half ontwikkelden in staat waren!

Het eigenlijke plan was geweest: een van hen zou den jongen uit huis lokken met een vervalst briefje van zijn vader, dat stilletjes naar Waterlo gebracht moest worden. Onderweg zouen ze hem overvallen en naar hun geheime schuilplaats brengen. Doordat Max naar de achterdam was gegaan, hadden ze hun plan moeten wijzigen en zaten ze met een jongen te veel opgescheept. Natiman had de ontvoering graag aan anderen overgelaten, om op Waterlo zelf het vuurtje warm te houden; doch het kostte hem toch al moeite genoeg, om helpers te vinden; als hij niet meeging, had hij helemaal niemand gevonden.

Teruggekomen op Waterlo was zijn eerste werk te onderzoeken, of Karbani in zijn afwezigheid misschien getracht had de mensen om te praten; tot zijn grote verbazing vernam hij, dat deze niet in zijn huisje was, en het laatste uur niet meer was gezien; en niemand wist, waar hij kon zijn. Dit verontrusstte hem meer, dan hij zich zelf

Sluiten