Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Kom boy, we zijn nu eenmaal begonnen, nou moeten we ook doorzetten; ik wil me wreken op Natiman, en daarbij, Karbani rekent op ons."

Die laatste woorden maakten een eind aan Rolands aarzeling. Nog nooit had iemand tevergeefs een beroep gedaan op z'n trouw; de gedachte, dat de oude mandoer op hem rekende, om een grote ramp te voorkomen en Max te beschermen, sterkte hem, terwijl hij daarbij nog te veel echte jongen was, om afkerig te zijn van een spannend avontuur.

„Is goed, maar dan ons eerste plan volgen: ons verschuilen en Freddy vooruit sturen!"

Ondertussen waren ze gekomen bij de brede vaart, die vóór de samensmelting van Hazard en Waterlo de grens was geweest tussen beide plantages. Aan de overkant stond de oude, nu ongebruikte fabriek, eigenlijk op de grond van Waterlo. Heel vroeger hadden ook de rietvelden daaromheen aan Hazard behoord, en toen Waterlo meer en meer overnam van Hazard, konden fabriek en bijgebouwen onmogelijk verplaatst worden. Door deze vaart werden de rietstengels met ponten naar de fabriek vervoerd, met stevige kettingen tot grote bundels samengebonden, die dan door een grote kraan werden overgebracht naar de persmachine, waarin het riet werd uitgeperst.

Nu lag de fabriek al jaren ongebruikt en begon overal tekenen van verval te vertonen. Spookachtig stak de schoorsteen tegen de lucht af, en telkens als de maan van achter een wolk te voorschijn kwam, kroop een lange schaduw over de rietvelden.

Eensklaps wierp Freddy zich plat op de grond en fluisterde: „Gauw, laat je vallen en kom mee!" De jongens begrepen er niets van, maar zonder aarzeling lieten zij zich vallen en kropen hun vriendje achterna tot in de schaduw van de hoge brug.

„D'r zijn mensen in de fabriek!" fluisterde Freddy, „je kunt het zien aan de vleermuizenl"

Ja, nu Freddy het zei, merkten de anderen het ook; honderden en honderden vleermuizen fladderden onrustig door de kapotte ruiten in en uit; het scherpe oog van den Indiaan had onmiddellijk gezien, dat ze niet gewoon op jacht waren, maar door onverwacht licht en geluid en beweging in hun eenzaam verblijf waren opgeschrikt. Wie de indringers ook waren, ze zouden wel niet graag

Sluiten