Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE HOOFDSTUK

DE WRAAK VAN DEN JAVAAN

Toen Karbani op Waterlo aankwam stond zijn plan vast; nu hij niet alleen zijn eigen gezag moest hoog houden en een ramp voorkomen kon, maar ook voor den zoon van zijn vriend verantwoordelijk was, wilde hij zijn afwachtende houding opgeven en handelend optreden. Als mandoer had hij het recht, de contractanten ter vergadering bijeen te roepen; van dat recht zou hij vannacht gebruik maken. De opzichters zouden het natuurlijk bemerken, maar hij zou den hoofdopzichter zeggen, dat er een ernstige zaak besproken moest worden, waarbij ze liever onder elkaar waren.

Gelijk hij wel verwacht had, vond hij den hoofdopzichter nog op; hij zette hem de zaak uiteen en kreeg zonder moeite de toezegging, dat geen enkele opzichter bij de vergadering tegenwoordig zou zijn.

Zonder tijd te verliezen zond Karbani nu zijn twee getrouwde Zoons en nog enkele andere mannen in de kampong rond, om allen op te roepen ter vergadering om 12 uur. Op de vraag, waarover het Zou gaan, moesten ze gewoon antwoorden: de mandoer wil algemene stemming houden over wat vannacht gebeuren moet. Zelf ging hij naar een paar oudere contractanten, die met hem uit Java waren gekomen en op wie hij zeker kon rekenen. Onder strikte geheimhouding deelde hij hun alles mee en kreeg de belofte van hun volle medewerking; om op alles voorbereid te zijn, zouden zij, Zwaar bewapend met revolver, kris en houwer, bij Max in de buurt blijven. Eén bood aan de jongens op te vangen en zolang bij hem aan huis te verbergen; Karbani en diens woning zouden waarschijnlijk scherp in 't oog gehouden worden door Natimans aanhangers. De mandoer aarzelde een ogenblik; hij had zich nu eenmaal persoonlijk verantwoordelijk gesteld voor den zoon van Suratno; tenslotte gaf hij toe, dat het zo veiliger was. Toch wilde hij hem zelf tegemoet gaan; na wat de jongen die avond ondervonden had, Zou hij niemand meer vertrouwen, behalve Karbani.

Sluiten