Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den, moesten allen, die te voet of per fiets naar Paradise, Hamptoncourt of Crappahoek wilden, van de plantageweg gebruik maken. De Directeur had daar geen bezwaar tegen gemaakt, maar eiste, dat het Gouvernement de weg dan ook zou onderhouden, wat door het snel-opkomend en voortwoekerend onkruid heel wat onkosten betekende. De Commissaris wilde slechts een gedeelte betalen, omdat de plantage toch ook nut had van de weg. Geen van beiden had willen toegeven en de zaak was „hoger op" gegaan. De Directeur had zich gewend tot de eigenaren der plantage, die in Engeland woonden; de Commissaris had zich beroepen op den Gouverneur. Uit Engeland was het antwoord gekomen, dat zulke Zaken van ondergeschikt belang door den Directeur zelf moesten geregeld worden met den plaatselijken Gouvernements-ambtenaar. De Gouverneur wist, dat de Engelse Maatschappij er toch al ernstig aan dacht, om de plantage stop te zetten; er moest de laatste jaren te veel geld bij! Hij wilde daarom den eigenaren zo min mogelijk reden tot klachten geven en had den Commissaris bevolen, de zaak met den Directeur in der minne te schikken. Zo was de zaak hangende gebleven en gebeurde er niets, om de toestand van weg en bruggen te verbeteren.

De oude mandoer raakte aan 't mijmeren over alles, wat hij meegemaakt of gehoord had van kleine en grote ruzie's tussen de blanken, waardoor de zaken dikwijls verkeerd liepen.

Wat was dat? Hoorde hij niets?

Voor alle zekerheid trok hij zich in de schaduw terug en tuurde strak naar de brug. 'n Paar minuten later had hij zekerheid; op de brug, scherp afstekend tegen de lucht zag hij de gestalten van drie jongens. Hij wachtte nog even, of er niemand achter hen kwam en liep toen de weg op, hun tegemoet. De jongens zwegen plotseling, bleven staan; wat nou weer?

Meteen werden ze gerustgesteld door Karbani's stem: „Loop maar door, ik ben het, Karbani!"

Bij hem gekomen hadden ze geen tijd hem te begroeten.

„Zijn jullie Natiman niet tegengekomen? Die is naar Hazard gegaan met 'n troep mensen; hebben jullie niks van hem gezien of gehoord ?"

Max begon hun wedervaren te vertellen, maar het Indiaantje onderbrak hem:

Sluiten