Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat deden ze dan binnen? Roland liet hen zo wijs als ze waren; aan de uithalen van den verteller en de bijvals-uitroepen der toehoorders, had hij onmiddellijk gehoord, wat er aan de hand was; hij had vaak zulke vertelavonden meegemaakt! Doch toen zijn metgezellen hem vroegen, wat hij er van dacht, antwoordde hij gewichtig: „Ze zullen plannen maken, hoe ze de contractanten moeten omsingelen, als die komen!"

Zwijgend zetten zij hun weg voort, maar Roland bleef piekeren; dat was nou de tweede keer deze avond, dat hij zich schaamde over iets, wat hij zelf heel gewoon vond, maar waarvan hij toch wel begreep, dat het op niet-Creolen een vreemde indruk maakte.

Eerst bij het dedde-hossó in Hazard; zelf zou hij later ook volop daaraan meedoen; de liedjes, die hij bijna allemaal kende, vond hij mooi; dat ze er wat bij aten en dronken, was toch ook heel natuurlijk en toch...... hij had niet gewild, dat Max en Freddy zijn moeder

daar zagen! Tegenover ieder ander van zijn Creoolse kameraden zou hij daar niet aan gedacht hebben, maar hij voelde instinctmatig, dat de Javaan en het Indiaantje zo iets met heel andere ogen bekeek en het op z'n minst een gekke beweging vond en — wat hij helemaal niet begreep — hij kon hun dit niet kwalijk nemen, zou in hun plaats er net zo over denken.

Nu weer met die anansi-tori! Hoe dikwijls had hij niet genoten van die verhalen! Als hij in dat pakhuis gezeten had, zou hij ook met volle aandacht geluisterd en alles om hem heen vergeten hebben! Dat was juist het heerlijke ervan; als de verteller zijn kunst goed verstond, zag je alles vóór je gebeuren, je leefde mee, om op het eind met een diepe zucht tot de werkelijkheid terug te keren. De mannen in het pakhuis hadden natuurlijk eerst goed uit zitten kijken; toen er niks kwam, waren ze gewoon aan het vertellen gegaan, om de tijd door te brengen. Dat was heel gewoon!

En toch zag hij geen kans, om dit aan die twee Javanen

naast hem duidelijk te maken. Die zouden minachtend lachen over mannen, die op een gevaarlijke uitkijkpost moeten waken tegen brandstichters en moordenaars en ondertussen elkaar sprookjes vertellen, zodat ze niet eens bemerken, dat er mensen langs kwamen.

En weer maakte de gedachte aan die minachting hem niet nijdig, zoals dat vroeger zou zijn gebeurd, toen hij nog kleine jongen was. Hadden ze van hun kant geen gelijk.?

Sluiten