Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Suratno belde Monsanto op en ging toen zelf naar huis, om een en ander voor Max in te pakken; hij begreep: aan de huishoudster kon hij zulks niet overlaten!

Alles bij elkaar vond hij het een ellendige geschiedenis. Hij hield veel van zijn oudsten jongen, al meende hij aan zijn gezag verplicht te zijn, dit nooit te laten merken. Voor hoelang zou Max nog wegmoeten? Zou Natiman zich zelfmoorden, als hij zijn belofte, om den jongen binnen acht dagen te doden, niet kon vervullen? Suratno hoopte het van harte!

Voor Max zou het reisje een aardige vacantie zijn en de beide andere jongens kende hij genoeg, om te weten, dat zijn zoon in goed gezelschap zou wezen. Deze was dan ook meteen een tijd van „die zwarte vrouw" af.1

Met sombere blik stapte Suratno zijn huis binnen; wat was het vroeger toch heel anders, toen zijn vrouw nog thuis was!

Tegen vier uur was alles gereed tot de afvaart; de barkas had al „geproefstoomd" en kon onmiddellijk vertrekken; Roland en Freddy hingen half overboord in bezorgdheid, waar Max bleef; wilden weer aan land, maar de motorist verzette zich: „Welzeker, nou jullie weer aan land en als de derde in de boot is, zijn jullie er niet!"

Een paar olielampjes verlichtten de steiger, waarop nog enkele mensen stonden te wachten op het vertrek.

Klokslag vier hoorden ze stemmen van de kant van Waterlo en spoedig tekenden zich de gestalten van vier mannen en een jongen af. Op de weg bleven de mannen staan; ze hadden hun taak volbracht, Max was veilig afgeleverd.

Met een hartelijke handdruk nam Max afscheid van zijn begeleiders en liep over de planken naar de steiger. Wat was dat? Stond daar geen zwarte gedaante achter de loods, waar hij langs moest?

Hij wilde niet kijken, hij wilde niet denken aan gevaar; daar lag de boot, daar waren zijn vrinden, daar was veiligheid!

Op een drafje liep hij de laatste planken af, voorbij de loods, nam bij het steigertje zijn stap niet hoog genoeg en viel languit er op neer.

Op hetzelfde ogenblik klonk een schot vanachter de loods, duidelijk hoorde men de kogel tegen de stalen wand van de boot ketsen.

„Kruipen!" riep Freddy, die onmiddellijk begreep, dat de val Max gered had, „en jullie, pak Natiman achter de loods!"

Sluiten