Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE HOOFDSTUK

Bij de Indianen

Die eerste aanblik van Washabo zouden de jongens nooit vergeten!

Om de zandbanken tussen Kaboeri en Washabo te vermijden, was de barkas langs de Engelse oever opgevaren en moest nu in een wijde boog de oversteek doen. Door het stopzetten van de motor ontstond een weldadige rust en stilte, nauwelijks verbroken door het kabbelen van het water tegen de boeg. Vóór hen in volle breedte de majestueuze rivier, waarin de violette avondlucht zich rimpelloos weerspiegelde; de groene oever onderbroken door een terrasvormig strand, dat door de stralen der ondergaande zon tot zuiver goud werd omgetoverd en waarop schilderachtige groepjes van kleine Indianen aan 't spelen waren. Van de hutten was weinig te zien; slechts het palissade hek van het schoolkerkje glinsterde door de varens en palmen heen.

Wegens het lage water moest de barkas op stroom blijven liggen; de motorist riep iets naar de oever, waarop een jonge man te voorschijn kwam en in 'n klein korjaaltje naar de Carolina parelde. Maynard begroette hem vriendelijk en vroeg, of de kapitein in 't kamp was.

„Welnee."

„Weet je niet, waar hij is?"

„Welnee."

„Hij is toch niet ziek?"

„Welnee."

„Is Henri Prince in 't kamp?"

„Ik weet niet."

Maynard gaf het op en zei tegen Freddy: „Breng jij hem nou 'ns aan z'n verstand, wat er gebeuren gaat."

Freddy sprak 'n tijdje met hem in 't Indiaans, terwijl de anderen in spanning de uitslag afwachtten. Zonder enige verwondering te doen blijken, keek de Indiaan naar de beide andere jongens en ging terug naar de oever.

Sluiten