Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op geen tien minuten afstand van Washabo II sloeg de troep af naar de rivierkant en hield vlak bij de oever halt. Roland wilde in zijn nieuwsgierigheid vlakbij kruipen, maar Cornelis hield hem vrij onzacht terug.

„Straks kijken, als ze weg zijn!"

Hij drong hen zelfs een heel eind terug, om veilig te zijn, ook al zouden de mannen langs verschillende kanten hun bergplaats verlaten.

Die voorzorgsmaatregel bleek niet overbodig; in groepjes van twee trokken de zes mannen, kort na elkaar, in verschillende richtingen het bos in; Janni liep alleen.

Ofschoon Roland op hete kolen zat, dwong Cornelis hem, nog een kwartier te wachten; eerst toen sloop hij naar de rivier; plat op de grond schoof hij heel behoedaaam voortuit, tot ergernis van Ro, die 't liefst vooruitgestormd was.

„Man, schiet toch op, ze zijn toch weg!"

Toch durfde hij niet vóórgaan; de gebeurtenissen van de vorige nacht hadden hem wat voorzichtiger gemaakt.

Het gebrul van de apen klonk nu van verre; misschien hadden de smokkelaars de schuwe dieren opgejaagd. Van de brulapen gaat volkomen op: Veel geschreeuw, maar weinig wol! Zo oorverdovend lawaai als ze maken, zo bang en schuw zijn ze!

Aan de oever vonden de jongens eenzelfde inham, als bij de hut van Cornelis' vader; alleen was het pad naar beneden hier wat minder steil gemaakt, om het ook als 'n soort glijbaan voor het hout te kunnen gebruiken; beneden vonden de jongens zes blokken.

„Ze zijn slim", zei Roland, „de politie had het hier nooit kunnen vinden! Als 't laag water is, moeten ze een heel eind van de oever blijven en kunnen ze onmogelijk door het groen heenzien; als het hoog water is, ligt het hout onder water en zien ze ook niks. Man, ze zijn slim!"

„En als ze wat vinden," voegde Cornelis er kwaad aan toe, „dan hebben wij het gedaan, zo dicht bij Washabo, dat zal wel van de Indianen zijn!"

De anderen, ook Freddy keken hem met grote ogen aan; daar hadden ze niet aan gedacht! Meteen was hun opkomende sympathie voor de slimme smokkelaars weg; dat was gemeen, vonden ze. Een rijke maatschappij wat blokken hout ontstelen, kon er nog mee door;

Sluiten