Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kijk nou: Suriname was de rijke erfenis, die Holland kreeg. Door de slaven en de grond uit te buiten, hebben ze gedurende twintig, dertig jaar millioenen guldens verdiend, maar toen was het ook op, bijna tenminste. En om te redden, wat nog over is, moeten nu elk jaar een paar millioen van Holland terug komen naar Suriname. Als ze toen tevreden waren geweest met honderdduizenden, zouden Ze nu nog kunnen winnen, inplaats van twee a drie millioen per jaar te moeten bijpassen."

„Maar kon de Regering daar niks aan doen?" vroeg Max.

„De Regering? Dat waren vroeger de eigenaren van Suriname en de Gouverneurs hadden zich daarin te schikken. Tegenwoordig doet de Regering, wat ze kan, maar dat is niet veel!"

„Maar ze hebben toch pech gehad ook", zei Roland; ,,'k weet het niet allemaal precies meer, maar op school hebben we 't moeten leren; eerst de krullotenziekte in de cacao; toen de Panamaziekte in de bacoven; toen weer een of andere ziekte in de rubber; 't was altijd wat!

„Dat is het niet alleen met Suriname, boy; dat is overal zo; alleen omdat er geen voorraad geld is — reserve noemen ze dat , gaat hier een cultuur meteen verloren, als er een tegenslag komt. En ja, d'r zijn wel eens domme dingen gebeurd ook met al die pogingen, om Suriname er bovenop te helpen. Wie weet, wat de toekomst nog brengt, maar voorlopig ziet het er met Suriname treurig uit.

„En toch houd ik van Suriname!" riep Roland uit, terwijl hij opstond, omdat de beambte aanstalten maakte om heen te gaan.

„Mooi, boy, zo mag ik het horen! D'r zijn er zoveel, die dat zeggen; ook blanken, voor wie het hier toch niet alles is, heb ik vaak horen zeggen: Toch hou ik van Suriname! Suriname is ook 'n land, om van te houen!"

„Freddy!" riep Max opeens.

Ze hadden zo aandachtig geluisterd, dat ze niet eens gemerkt hadden, hoe Freddy rustig geslapen had. Nu deed hij z'n ogen open, toonde niet de minste verlegenheid en zei alleen: ,,'k Had slaap"

Sloote lachte. „Jij houdt ook van Suriname, is 't niet? Je kunt er rustig slapen!"

„Daar ruste ik zacht in uw schoot."

citeerde Max spottend.

„Ken je dat lied van buiten?" vroeg Sloote.

Sluiten