Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als het lied uitgezongen is, wil Sloote afscheid nemen, maar daar willen de jongens niet van horen.

„Nee, we brengen U een eindje weg."

Cornelis is al beneden, om een der korjalen, die daar op het strand liggen, los te maken; hij roept Freddy iets toe, die uit de vliering van de hut drie parels te voorschijn haalt.

De beambte heeft zijn korjaal bij Washabo I gelaten en gaat daarheen. Nog vóór hij op het water is, komen de jongens hem al tegemoet en stellen hem voor, wedstrijd te houden.

,,'t Zou wat, drie tegen één! Durven jullie wel?"

„Nou goed, dan zal er een van ons bij U overkomen!"

„Niks te doen; 't is nou geen tijd, om wedstrijden te houden, jullie moeten gaan slapen!"

'n Hoongelach is 't enige antwoord. Het water begint al óp te lopen en om naar huis te komen, moet hij dus tegen de stroom in. Roland geeft Freddy zijn parel en pakt de korjaal van Sloote stevig bij de punt beet.

- „Vooruit, jongens, parelen, we zullen m'nheer 'ns een handje helpen!"

Cornelis denkt aan hun plan voor de volgende nacht en let scherp op Max en Ro. Hij is tevreden; die Javaan mag dan een stadse jongenheer zijn, hij parelt met een handigheid en een kracht, alsof-ie zijn leven niet anders gedaan heeft. En ze kunnen zo hard trekken, dat de golven tegen de politieboot opslaan, de donkerbruine knuisten van dien negerjongen laten niet los!

Hij begint wat meer vertrouwen in het welslagen van hun onderneming te krijgen. Die twee zullen de blokken wel vertillen, terwijl hij en Freddy de lianen er omheen en aan de korjaal vast zullen binden.

Freddy, die het rustig aandoet, ziet hem kijken, raadt zijn gedachten en fluistert: ,,'t Zal goed gaan!"

Halverwege Kaboeri maakt Sloote er een eind aan en stuurt de jongens naar huis, na hun hartelijk uitgenodigd te hebben, ook 'ns bij hem te komen. Max, die nog een heel apart plannetje heeft, neemt het onmiddellijk aan, wat hem, zo gauw ze alleen zijn en terugvaren, een standje van Cornelis bezorgt.

„Hoe kun je dat nou beloven? Ik vind het heel goed, als-ie wat bij ons komt, zoals vanavond, maar ik heb geen zin, om daar op bezoek te gaan."

Sluiten