Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iets hoort bewegen. Hij kijkt en ziet vaag twee witte vlekjes; wat is dat?

Opeensweet-ie het; daar ligt een mens, die hem aankijkt; omdat de oogballen zo hoog staan, is het wit van de ogen goed zichtbaar. Natiman! flitst het door z'n hoofd en een ijskoude rilling loopt over heel z'n lichaam; z'n knieën knikken, hij sluit de ogen, verwacht elk ogenblik 'n revolverschot; weerloos geeft hij zich over, de schrik is te hevig geweest. Maar er gebeurt niets; als hij de ogen weer opent, ziet hij nog die twee witte vlekjes, maar nu ook iets meer; hij ziet het gezicht er omheen; 't is Natiman niet, 't is een zwarte, een jongen...... 't is Janni, de jongen van Tropica! Rolands angst

slaat nu over in, overigens zeer onredelijke, woede: wat doet Janni hier? Is dat iemand aan 't schrikken maken?

't Komt geen ogenblik in z'n hoofd op, dat Janni wel eens precies hetzelfde aan hem kon vragen en misschien net zo erg van hem geschrokken is als hij van Janni. Hij blijft naar Janni kijken en begint te verlangen, dat deze iets zal doen, al is het desnoods opspringen en zich op hem werpen. Janni is een paar jaar ouder dan hij, maar Roland durft hem best aan; alles is beter dan dat geheimzinnig, onbeweeglijk liggen staren!

't Zou Janni heel wat waard geweest zijn, als hij zelf geweten had, wat hij nou 't beste kon doen! Deze ontmoeting had hij niet voorzien, daar was hij niet op voorbereid. Hij wist, dat hij gevaarlijk spel speelde maar tot dus ver was het goed gegaan; hij verdiende soms aan een blok hout meer dan het hele blok waard was, omdat hij zich driemaal liet betalen; eerst door de Maatschappij voor het schoonmaken van de boom; dan door een paar smokkelaars, wien hij aanwees, waar ze zonder al te groot risico hout konden weghalen en die hij hielp, om het op een veilige plaats te bergen; en sinds een paar weken ook nog door een paar Engelsen van de overkant, aan wien hij die „veilige" bergplaats aanwees en die het hout weer daar vandaan haalden, kort vóór de eerste groep smokkelaars dit zou doen.

Zelf zag Janni het gemene daarvan heel goed in, maar bij zijn laatste verblijf in Nickerie had hij grote schulden gemaakt; deze moesten betaald worden, zo gauw hij er weer kwam, anders gaven ze hem geen crediet meer en zouden z'n kameraden hem uitlachen om z'n opscheppen van de vorige keer.

Het hout, dat ze de vorige avond hadden opgeborgen, was het laatste van deze lading, waarvoor Janni ƒ 25.— geeist had. 't Was

Sluiten