Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

keren zeggen ze hem, dat hij het moet gaan vragen, dan gebeurt het misschien. Zou het werkelijk waar zijn? Zou vader het ook willen? Sinds die avond ruim twee jaar geleden, is het woord moeder zelfs niet meer gehoord thuis. Hij was de hele dag uit geweest, snippen schieten in de moerassen tegenover Nickerie, aan de overkant van de rivier. Bij zijn thuiskomst had zijn vader hem opgewacht en gezegd: „Moeder is vandaag met de boot naar de stad gegaan en komt nooit meer terug; ze wil niks meer van ons weten, van mij niet en van jullie niet. Ik Verbied je ten strengste ooit naar haar te schrijven, of hier in huis nog ooit over haar te spreken." Meer niet! De volgende dag was een Creoolse vrouw als huishoudster genomen en al gauw waren de eindeloze plagerijen en straffen en ruzies begonnen. Honderd keer had Max het plan gemaakt, om weg te lopen; alleen de zekerheid: vader houdt van me en gaat er verdriet van hebben! had hem weerhouden. Maar even dikwijls was dan de vraag gevolgd: waarom gelooft vader dan alleen, wat die vrouw zegt en kiest altijd haar partij tegen mij? Ten slotte had hij er met 'n soort fatalisme in berust; 't zou altijd wel zo blijven. En nu vandaag kreeg hij twee keer te horen, dat het ook nog anders zou kunnen; dat moeder weer terug zou kunnen komen, als hij het maar vroeg. Hoe kon dat nou? Schrijven mocht-ie niet en dan nog: hij wist geen adres; hij kende niemand, aan wie hij zo'n brief zou durven meegeven. Zelf gaan? Hoe kwam hij in de stad?

Maar wat zat hij nou over zichzelf te suffen? Naast hem zat Janni; daar moest hij voor zorgen, dat die niet meer zou smokkelen en stelen, dat dié moeder niet meer zou huilen!

Tegelijk stonden ze op. Max was zo met z'n eigen bezig geweest, dat hij totaal vergeten was, hoe ver hij eigenlijk met Janni opgeschoten was. Zo onverschillig mogelijk gaf hij hem de hand. „Enfin boy, je moet zelf weten, wat je doet!" Janni pakte zijn hand stevig beet. „Dank je, Max, ik weet, wat ik doen zal. Ik zal naar m'n moeder gaan en haar eerlijk vertellen, wat ik gedaan heb. Ze zal het misschien toch al half weten, dan weet ze het helemaal; maar weet dan meteen, dat ik er spijt van heb en ik voortaan op eerlijke manier mijn geld zal verdienen; ik ga zo hard mogelijk werken! Dag Max, blijf goed, hoor!"

Bij de hut vond hij Ro en Cornelis; beiden gaf hij 'n hand met een eenvoudig: ,,'t Is goed, ik ga naar huis."

Jong Suriname op avontuur. 10

Sluiten