Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten minste de moeite waard, om er je mond voor te verbranden", vond Max, terwijl Ro verzuchtte: „Jammer, dat er niemand bij is, om te zien, wat jij weinig eten noemt!"

De enige, die er bij kwam was Freddy; Ro riep hem a! van verre toe: „O, Freddy, water, water! We staan allebei in brand!"

Lachend wrikte het Indiaantje zijn korjaal in de kleine baai, schoof er een eind mee op de oever en klom naar boven met een jonge kokosnoot in de hand.

„Water, Freddy! Had de hele Corantijn maar meegebracht!"

Geen water, melk drinken, als je te veel peper gegeten hebt!"

Handig kapte hij met z'n houwer een gaatje in de kokosnoot en gaf hem aan Max: „De helft, hoor! De andere helft voor Ro!"

De Javaan zette de noot aan z'n mond en liet de frisse kokosmelk verkoelend langs z'n verbrand gehemelte naar binnen spoelen. Ro stond doodsangsten uit voor zijn helft, maar reeds na de derde slok, gaf zijn vriend hem de noot over. „Nou jij drie slokken en dan telkens ieder een, tot het op is." Dat valt mee, dacht Ro, maar schaamde zich daar meteen over; wat had hij dan van z'n vriend gedacht?

Toen de noot tot op de laatste druppel leeg was, vroeg Max opeens: „Maar Freddy, hoe wist je dat we te veel peper gegeten hadden?"

„Wel, bij de hutten kwam ik tante tegen en die zei: 'k heb er wat extra veel peper in gedaan, dan vergeten ze de Indiaanse kost nooit meer! Bij de korjalen vond ik Cornelis en die zei: omdat het geen Indianen zijn, zal moeder er te weinig peper in gedaan hebben; en ze moeten toch eten als Indianen! daarom heb ik er nog een extra lading peper bijgedaan, vóór ik het bracht! Ik zei hem: dat heeft je moeder ook al gedaan! Toen heeft-ie gelachen, maar is toch gauw een kokosnoot gaan halen. Kom nou mee, we moeten voortmaken."

Veel zin hadden ze wel niet meer, maar 't moest en eenmaal op de rivier in het ranke korjaaltje, dat over het water vloog, begonnen Ze er toch pleizier in te krijgen.

Op Kaboeri hoorden ze, dat de politie op Tropica was; des te beter, dacht Max. In de enveloppe, die z'n vader aan Maynard had meegegeven, had hij een briefje van ƒ 10.— gevonden. Natuurlijk kon hij daar op Washabo niets mee aanvangen en wilde dat nu wisselen bij een opzichter, aan wien hij dan meteen kon vertellen, waar ze de houtblokken „gevonden" hadden.

Vlak bij Tropica kwamen ze Sloote in z'n korjaal tegen; deze keek

Sluiten