Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niets vriendelijk; wat moeten die jongens op Tropica? Zijn gezicht klaarde helemaal op, toen Max hem zei, dat hij enkel wat geld ging wisselen en dat ze hem dan onmiddellijk achterop zouden komen; ze moesten hem om raad vragen in een gewichtige zaak.

Sloote antwoordde, dat ze hem thuis zouden treffen, als ze maar heel kort op Tropica bleven, anders was hij al weer uit!

Gek toch met dat jonge volk, dacht hij bij zich zelf, terwijl hij rustig voortparelde; als ze iemand hebben, die de baas over hen speelt en aan wien ze moeten gehoorzamen, dan is het mopperen en klagen en verlangen naar vrijheid; zijn ze vrij, dan durven ze geen verantwoordelijkheid aan en zoeken iemand, om hun te zeggen, wat ze doen moeten! Zou ik vroeger ook zo geweest zijn?

Ondertussen had Max een opzichter gevonden, die zonder bezwaar het tientje wisselde, maar toen 't over de houtblokken ging, werd de man ernstig.

„Dat is natuurlijk hout van ons, maar hoe krijgen we het terug?"

Max had zich bijna versproken en gezegd: Wel, net zo als wij het er gebracht hebben! Nog juist bijtijds hield hij zich in. „Wel, misschien kunnen een paar mannen er een klein vlot van maken."

„Ja, dat is de moeilijkheid niet, maar het hout ligt nu eenmaal aan de Engelse oever en de Engelse bospolitie gaat zeggen: 't is van ons!"

Daar hadden de jongens niet aan gedacht! Het speet Max nu, dat Ze 't hout niet aan de Hollandse oever gelaten hadden, maar ja, nou was het te laat. De opzichter begreep heel goed, waarom de jongens, vooral de Javaan, er liever geen politie-zaak van wilden maken. Hij Zou het er dan maar op wagen en de blokken zo maar laten weghalen. Mocht de Engelse bospolitie iets merken en moeilijkheden maken, dan kon hij de jongens nog altijd als getuigen oproepen. Om de plaats Zeker te weten, moest een man nu met een korjaal met de jongens mee, die hem dan de plek konden wijzen en dan zou het hout vannacht nog worden gehaald. Wacht, dat kan die luie jongen van Galjard wel 'ns doen; die voert toch niks uit.

Max schrikt, maar heeft er toch heimelijk pleizier in: dat hout en Janni schijnen onafscheidelijk te zijn! Maar tot zijn grote vreugde hoort hij, dat Galjard niet thuis is; hij is in 't bos en werkt sinds vanmorgen zo hard, als-ie nog nooit gedaan heeft. Dan moet een ander mee; Ro en Freddy, die aan de steiger zijn gebleven, begrijpen

Sluiten