Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

al meteen, waarom er iemand meegaat. De opzichter kijkt hen na en begrijpt het maar half: hij had Max wat willen geven voor z'n moeite, maar de jongen had beslist geweigerd en alleen maar gevraagd: „Doet U me een pleizier en als Galjard flink werken wil, geeft U hem dan de kans, om 'ns een extratje te verdienen." Snap je dat nou? Wat heeft die Javaan nou ineens met dien zwarten jongen te maken? En zou een en ander in verband staan met het gestolen hout? Wel toevallig, dat de jongens het hebben gevonden!

Enfin, als 'n half uur later de man terugkomt en zegt, dat hij de plek nou wel in 't donker vinden kan, geeft de opzichter hem meteen last, om met nog vier andere mannen diezelfde nacht van die plaats zes blokken hout te gaan halen, 't Is een beetje gewaagd, maar ze hebben zoveel schade van die smokkelaars, ze mogen ook wel 'ns een voordeeltje hebben! 't Zou toch wel heel toevallig zijn, als juist vannacht de bospolitie op de loer lag!

Bij Sloote waren de jongens veel eerder klaar, dan ze gedacht hadden; nauwelijks had Max de moeilijkheid voorgesteld, of de beambte viel hen in de rede.

„Jullie treffen het goed: De Coppename komt vandaag op; ze willen met Koniverjari thuis zijn en daarom is de dienst een dag vervroegd. Je krijgt dus vanavond brieven, pakjes of wat ze nog meer gestuurd hebben, en ook nieuws over Natiman. 'k Zou zeggen, laten we nou geen tijd verknoeien met beraadslagen, maar eerst 'ns afwachten, wat de boot brengt. Ik beloof je, ik zal met de barkas meekomen naar Washabo; als jullie na het lezen van de brieven nog raad nodig hebt, kunnen we altijd nog 'ns praten. Is dat goed?"

Of dat goed was! Dat was nog 'ns goed nieuws! Sloote probeerde nog, om hen op teleurstelling voor te bereiden: 't kon b.v. zijn, dat Max' vader hem met de kerende boot terug wilde hebben.

Ja, dat kon allemaal wel zijn, maar d'r zou in ieder geval

nieuws van Nickerie zijn, brieven van thuis! Dat maakte de jongens ongevoelig voor sombere waarschuwingen en in de opgeruimdste stemming gingen ze naar Washabo terug. Freddy was blij om z'n vrinden, al verwachtte hij voor zichzelf niets.

Doch toen 's avonds de met spanning verwachtte barkas stopte bij Washabo en de jongens er onmiddellijk met een korjaal bij waren, was het eerste pakje, dat de bootsman hun overreikte voor Freddy. „Hier boy, van de familie Corbet; je Zondagse kleren en de groeten;

Sluiten