Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op voorwaarde, dat hij er nog niet in zal gaan liggen en slapen.

Maar Max denkt niet aan slapen; misschien dat ze de volgende avonden te moe zullen zijn, of dat regen en wind het gezamenlijk zitten onmogelijk maakt, nu is het in ieder geval een prachtgelegenheid, om te vertellen.

„Zullen we elke avond zoveel tijd hebben als nu?" vraagt hij heel onschuldig aan Prince.

„Op geen enkele avond", antwoordt deze; „dan hebben we meer te doen".

„Dan moest U nu eens een echt Indiaanse geschiedenis vertellen; misschien dat er anders nooit meer wat van komt."

De anderen stemmen geestdriftig in. „Van tijgers of slangen of zo iets!"

Prince is eerst onwillig „Daar zullen we misschien genoeg mee te maken krijgen; we moesten nu maar vroeg gaan slapen."

Roland voelt instinctief aan, wat den Indiaan weerhoudt: zijn die Javaan en die Creoolse jongen wel in staat, een Indiaans verhaal te waarderen? Zullen ze er niet om lachen en het kinderachtig vinden?

„De mooiste verhalen", zegt hij, „vind ik altijd van spinnen."

Zoals hij half verwacht had, valt Max hem meteen in de rede: „Nee, niet van spinnen; 'k wed, dat de Indianen verhalen hebben over veel grotere beesten, buffels, tijgers of zo, is 't niet?"

„Ja," zegt Cornelis, „van Awaruwape; dat moet U 'ns vertellen."

„Wie is dat?" vraagt Max nieuwsgierig.

Nu komt Prince los en vertelt:

„Awaruwape is de koning van alle tijgers; mens en dier zijn bang voor hem. Hij heeft zijn eigen jachtpad en alles, wat daarop komt, wordt zijn prooi. Maar hij is zo groot, dat hij ook alleen op dat pad kan jagen; in het bos komen, opzij van het pad, kan hij niet. Wat hij wel kan, is zijn huid afleggen en dan is hij een gewoon mens."

„Wat voor een mens?" vroeg Roland.

„Een Indiaan, natuurlijk; vroeger waren er geen andere mensen

dan Indianen. En toen was alles goed op de wereld Maar,

luister, hoe eens een jonge Indiaan door zijn slimheid de sterke Awaruwape ontkomen is en leer slim te zijn, als je vijand sterker is dan jij.

Eens was er een jonge Indiaan, die niet jagen kon; hij was de schande van zijn stam en de smart van zijn moeder. Toen hij trouwen

Sluiten