Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wilde, kon hij geen vrouw vinden. Geen vader wilde hem zijn dochter geven; geen moeder begeerde hem tot schoonzoon; geen meisje bezag hem. Iedereen verachtte hem en van de jachtbuit wierpen ze hem en z'n moeder slechts de ingewanden en de staart toe. Ze wilden hem van honger doen sterven, maar de jongen stierf niet. Hij wachtte en wachtte en troostte zijn wanhopige moeder: Te zijner tijd zal God me helpen!

Toen besloten zijn stamgenoten hem in de macht van Awaruwape over te leveren, opdat hun stam van die schande zou verlost worden. Zij hadden het jachtpad van den groten tijger gevonden; vriendelijk nodigden zij den jongen uit, om mee te gaan jagen. Deze nam de uitnodiging aan; zijn moeder bakte vele, vele cassave-broden voor hem en hij trok weg, ver weg. Eindelijk kwamen ze bij het pad en een zeide hem: „Volg dit pad! Wij gaan de andere kant uit en morgen zullen we elkaar hier terugvinden" De jongen ging het pad op, maar de mannen keerden stil met hun boot naar huis terug.

De jongen loopt en denkt: Wat een breed pad is dit, midden in het woud! Wat soort mensen mogen hier wel gaan? Hij komt in een kamp en vindt Indianen: man, vrouw en kinderen. De man drinkt kasiri, rode kasiri...... bloed! Hij vraagt den jongen: „Waar ga je

heen?" Deze antwoordt: „Wat zou ik anders doen dan jagen?"

„Drink dan van mijn kasiri; je zult geluk hebben!" De jongen drinkt en bij de laatste slok uit de kalebas, kijkt hij omhoog en ziet de grote tijgerhuid hangen. Nu weet hij: ik ben hier bij Awaruwape. Deze dag zal het eind van mijn leven zien!

Maar God heeft besloten: Gij zult niet sterven, en geeft hem verstand. De tijger-koning neemt de pijlenbundel, die de jongen had meegebracht, neemt er een uit en vraagt met flikkerende ogen: „Wat schiet je met deze pijl?"

„Duiven." Awaruwape lacht.

'n Andere pijl: „En wat schiet je met deze pijl?"

„Kalkoenen" Gebrul!

De tijgerkoning neemt alle pijlen één voor één en vraagt telkens, wat de jongen er mee schiet. Deze noemt van alles op, vogels, viervoeters, tot de grootste toe. Hij voelt, welk antwoord Awaruwape uitlokt. Zegt hij: met deze pijl schiet ik tijgers, dan zal de koning aller tijgers hem verscheuren. Telkens als hij groter wild opnoemt, lacht Awaruwape harder en knikt goedkeurend: „Ja, dat is goed, Jong Suriname op avontuur. 12

Sluiten