Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik doe het ook niet!" riep Freddy al bij voorbaat.

„Wa.... wa...."

Een hartelijk lachen klonk uit de hangmat van Prince.

„O, doet U het?"

„Ik verzeker je, dat ik het niet doe, boy!"

Cornelis sprong kwaad z'n hangmat uit. „Dat 's flauw, iemand moet het toch doen?"

„Misschien doe je het zelf," meende Freddy.

„Je bent gek, ik doe het niet."

„Wa... .wa...

Nu kwamen ook de anderen uit hun hangmat, behalve Prince, die lachend riep:

„Domme jongen, luister toch goed, 't is een echte kikker! Hij zit daar in die boom tussen jouw hangmat en die van Freddy!"

„Wa... .wa...

Ja, nu hoorden ze het allemaal. In een holte van die boom vonden ze werkelijk een grote kikker, die echter kans zag aan een nauwkeurig onderzoek van vier paar jongenshanden te ontspringen.

„Enfin, we hoeven morgenochtend alvast niet naar water te zoeken," troost Freddy.

„Is dat water nog drinkbaar?" vraagt Max.

„Juist goed, zo'n kikker houdt het fris en zuivert het van larven en wormpjes."

Max zegt niets, maar vraagt zich af, wat zijn vader van dat „juist goed" zou zeggen! Enfin, hij is nou in 't bos en zal morgenochtend fris kikkerwater drinken!

De volgende dagen gaan ze lang zo hard niet vooruit als de eerste dag; Prince moet nou flink kappen, terwijl ze ook moeten zorgen voor jachtbuit. Ze schieten verschillende vogels, maar het ophalen van een aangeschoten vogel houdt soms wel een uur op.

„Hadden we maar 'n hond bij ons", verzuchten ze wel eens; al belast Freddy zich meestal met ophalen en al keert hij nooit met lege handen terug, ze moeten op hem wachten!

De vierde dag hebben ze geluk. Ze vinden een verlaten kostgrond met nog heel wat groente er op. Ze nemen er van mee, zoveel ze dragen kunnen en hebben s' avonds feestmaal: 'n kalkoen met nappi en tayer.

Daags daarop wacht hun nog een veel groter verrassing. Ze komen

Sluiten