Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ze de volgende avond bij de monding kunnen zijn, kijken ze ongelovig naar Prince, die het bevestigt.

„En ligt daar die korjaal voor ons?"

Weer een hoofdknik.

„Maar waarom heeft U ons dat niet eerder gezegd?"

„Ik dacht, ze zullen het wel zien, als ze er bij komen!"

Met een bezwaarde maag, maar verlicht hart kruipen de jongens die avond in hun hangmat. Vooral Max en Ro begonnen de laatste dagen goed te merken, dat ze geen echte „bosmensen" waren; 't werd hun toch wel wat eenzaam en stil. Maar nu is het ergste voorbij.

De volgende morgen nemen ze hartelijk afscheid van de gouddelvers en beginnen hun laatste loopdag door het bos. Freddy heeft nog wat staan smoezen met den voorman, maar wil niet zeggen waarover; dat zullen ze wel zien!

Als ze 's avonds na een ongewoon vermoeiende mars aankomen op de plaats van bestemming, zien ze het gauw genoeg. Freddy had gemerkt, met hoeveel graagte Max en Ro van de rijst gegeten hadden, en toen de voorman hem gevraagd had, of hij hem in ruil voor het vinden der pepiet, nog ergens 'n pleizier mee kon doen, had hij 'n half blik rijst gevraagd voor z'n twee vrienden. In zijn mand, die toch al half leeg was, had hij het blik verborgen en kwam daar 's avonds mee voor den dag, juist toen Prince die naar de bergplaats van de korjaal was gegaan, daarmee kwam aanvaren. Nu was de vreugde volmaakt, maar nauwelijks hadden ze de korjaal bekeken en bewonderd, of Max en Ro keken tegelijk naar het Indiaantje. „Een vriend als jij, Freddy, vinden we nooit meer!"

Ook Prince was tevreden: de korjaal, goed verborgen onder het groen, had niet veel geleden en kon zo weer gebruikt worden. Ook de drie parels heeft hij teruggevonden; de eerste de beste krappa-boom Zal hem nog twee er bij leveren, 't Zal met drieën wel vlug genoeg gaan, maar de ongeschreven wet luidt nu eenmaal: als je met vijf man in een boot zit, moet je ook met vijf man parelen. Zelf behoudt hij zich de grootste voor, om er achterin meteen mee te sturen.

Voor het eerst sinds hun tocht hebben ze weer eens een dak boven hun hoofd; de opstaande posten van het oude kamp zijn nog goed genoeg; een tiental reuze-bladeren van de boegroe-makka zijn gauw over de dwarsstokken heen gelegd en het huis is klaar.

Sluiten