Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staan, slaken ze allebei een heel diepe zucht van verlichting; Max, om het genot van het koele water, Prince...... omdat die jongen

toch zwaarder was dan hij gedacht had! Eerder dan Max lief is, trekt de Indiaan hem weer mee naar de kant, waar Freddy staat te wachten met een pakje bladeren in de handen. Hij kijkt verlegen en schuldbewust, alsof het zijn schuld is, dat hij zijn vriend hiervoor niet heeft kunnen behoeden. Nu staat hij tenminste klaar om de pijn te genezen. Hij drukt de bladeren tegen Max' voeten en benen, wrijft en perst aan alle kanten. „Mierenzuur", laat Max zich onwillekeurig ontvallen, maar gaat er niet op door, als Freddy vraagt:

„Wat is dat?" Ineens ziet hij zich weer in de les der organische scheikunde, hoort zich formules afraffelen, wijsheden verkondigen over samenstellingen en oplossingen en ontbindingen. Hij herinnert zich de zelfvoldaanheid, waarmee hun jonge leraar altijd sprak over de vorderingen der wetenschap en de weldaden der beschaving; — vooral in dit land, waar nog zoveel onbeschaafde bosmensen en wilden leefden, moesten zij hun beschaving uitdragen als een licht in de duisternis! enz., enz. Als Freddy 'ns in die klas gekomen was met z'n onnozele vragen, wat zouden ze hem uitgelachen hebben, hoe diep op hem neergekeken vanuit de hoogte hunner wetenschap en beschaving!

Maar nu het er op aankomt, geeft hij heel de klas en de leraar er bij, met al hun formules en tabellen, cadeau voor dat kleine Indiaantje, dat nooit gehoord heeft van zuren of basen, maar midden in de nacht onfeilbaar die bladeren weet te plukken, waarmee hij de beet van dit soort mieren onschadelijk maakt en de pijn er van wegneemt.

Max denkt verder; — heeft het mierenzuur ook zijn hersenen geraakt? — Wetenschap en beschaving! Hij heeft er genoeg van gezien en gehoord op die cursus! Bah! Daar hoorde en zag je meer smeerlapperij dan bij die „domme en onbeschaafde" Indianen! En dat laatst een leraar plotseling ontslagen was, zou ook wel niet vanwege de wetenschap en de beschaving geweest zijn!

„Kijk nou niet zo boos, Max, je zult er niet dood van gaan!"

Max schrok op en keek in het lachende gezicht van Cornelis.

„Daar kijk ik helemaal niet boos om," lachend.

„Waarom dan?"

„O, om wat van vroeger; maar dat is al weer over."

Sluiten