Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

halverwege de korjaal vast, houdt zelf één in de hand en geeft Max de andere. Zijn vader en Roland gaan nu tussen hen in schrijlings op de boom zitten, met voldoende ruimte, om de korjaal tussen hen te kunnen doorschuiven. Zij tillen ze bij de punt op, Cornelis en Max helpen trekken, tot de korjaal op de boom balanceert. Freddy, die achterin is gaan zitten, om ze rechthoekig tegen de boom te houden, zweeft nu tussen hemel en aarde, zwaait met z'n parel en doet tien vogels tegelijk na. Voorzichtig laten ze de korjaal nu aan de andere kant neer; Cornelis en Max moeten genoeg laten vieren, dat Ze dóór kan schuiven, maar tegelijkertijd genoeg tegenhouden, dat de punt geen water schept. Tenslotte zijn ze veilig over en zetten de tocht voort.

Vroeger dan gewoonlijk kijkt Prince naar een goede kampgelegenheid uit, hetgeen vanaf de rivier moeilijker is dan op het land. Juist als hij een plek gevonden heeft, hoort hij het gehuil van een tijger, niet zo heel ver van hen vandaan. Ook de jongens hebben het gehoord, maar Max en Ro kunnen het geluid eerst niet thuisbrengen.

„Wat is dat?"

,,'n Tijger"! antwoordt Prince rustig, nieuwsgierig, hoe die twee

het zullen opnemen.

„De kippen van Washabo zijn zeker op," spot Roland.

„En nou wil-ie aan ons beginnen," vult Max aan. Maar als Prince op 't zelfde ogenblik naar de oever stuurt en zegt: „Hier kunnen we kamperen", kijken ze hem allebei verschrikt aan. Meent hij dat? Vanuit de boot op het veilige water is het goed spotten met tijgers, maar nu ze aan land moeten, vinden ze niets meer te spotten.

„Kunnen we niet aan de andere kant gaan kamperen? vraagt Max.

„Daar kan evengoed een tijger zijn en deze kan best overzwemmen; wat geeft dat nou? Ze doen heus niks; voor alle veiligheid zullen we de hele nacht vuur aanhouden, dan kun je helemaal gerust zijn.

Max is allesbehalve gerust en Roland is het met z'n vrind eens: een tijger, die er misschien is of misschien komen kan, is nog heel wat anders dan een tijger, die je hoort brullen! Als om hun bezwaar kracht bij te zetten, laat de tijger zich nog eens geducht horen, terwijl Cornelis de zaak er niet beter op maakt door te vertellen: „Dat is §een kippendief, dat is de zwarte tijger!"

Sluiten