Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geweldige kop naar hem toegekeerd. Verbeeld hij het zich maar, of glinsteren die valse ogen nog meer dan zo juist? Zal hij nu springen ?...... Goddank, het ondier loopt weer door, maar opnieuw

verstijft Roland; nu is de tijger bij Max; hij snuffelt langs de neerhangende benen zal hij toebijten? Wat een vreselijk ontwaken

voor Max! Als hij schreeuwt, zal de tijger dan bang worden en weglopen? Alsof het dier zijn gedachten raadt, wendt het eensklaps weer zijn kop naar Roland toe. Nu ziet deze het duidelijk: de ogen flikkeren feller dan zo juist en tegelijk voelt Roland, hij zal niet kunnen schreeuwen! Zijn keel is als dichtgeknepen; heel z'n lichaam is nat van 't zweet en toch steenkoud. Hoe lang moet die foltering nog duren? Wie zou het slachtoffer worden? Of zou het monster weer even stil weggaan, als het gekomen was? Naarmate de tijger verder snuffelt, begint Roland weer te hopen, tot opeens zijn angst bijna waanzinnig wordt. De tijger houdt op met snuffelen en komt recht zijn richting uit. Roland ziet hem onder zijn hangmat verdwijnen en voelt ineens een duw, die hem op en neer doet schommelen. Het beest springt opzij en als Roland de eerste keer zijn kant uit schommelt, ziet hij duidelijk schrik in de valse tijgerogen; doch bij de volgende schommeling ligt het dier ineengedrongen klaar voor de sprong. Niet in staat, stil te houden, tot niets meer in staat, schommelt Roland de derde keer, knijpt de ogen dicht, trekt de schouders op, verwacht niet anders dan tijgertanden en tijgerklauwen !

Maar nee, de hangmat slingert weer terug, er is niets gebeurd, en als Roland de ogen opent, ziet hij nog net de tijger zich omkeren en met een grote sprong in het donker verdwijnen.

Nog wel een kwartier lang blijft Roland doodstil liggen; hij kan het zich maar niet voorstellen, dat alles zo goed is afgelopen; zou de tijger nog terugkomen?

Dan kan hij 't niet langer volhouden. Weer heft hij het hoofd op, keert het in de richting van Freddy's hangmat; een ontzettende huivering trilt over heel zijn lichaam bij de herinnering aan de schrik van zoeven. Maar nu ziet hij niets en zachtjes roept hij: „Freddy!" 't Klinkt als de hulpkreet van een klein kind; hij weet het, maar hij schaamt er zich niet voor.

't Indiaantje is meteen wakker: „Ja, wat is er?"

„O, Freddy, Freddy " Verder komt hij niet. Nu hij de ver-

Sluiten