Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van zo'n beest, om juist hier, bij hem te komen! Dat is een uitdaging!

Voortdurend pratend is hij in de juiste houding gaan staan, heft de bijl tot boven zijn hoofd op, richt scherp en slaat toe. Een gekraak overtuigt hem, dat hij doel getroffen heeft, maar op 't zelfde ogenblik bonst er iets tegen hem aan, waardoor hij languit op de grond valt. Meteen springt hij weer op en zoekt een gelegenheid voor een nieuwe slag nu op het vreselijk kronkelende lichaam. Allemachtig, wat gaat het ondier tekeer! Dat „vrachtje" remt helemaal niet! Struiken en takken moeten het ontgelden en...... pats, daar krijgt Prince,

die juist wakker wordt, een slag van de staart als antwoord op zijn onuitgesproken vraag: Wat is dat?

Ook Roland ontwaakt en kan in de wilde warreling van takken en bladeren en zand, met af en toe een zwarte schaduw er doorheen, voorlopig niets anders uitbrengen dan een zeer gegrond: „È, è!"

Max' geoefend oog bemerkt, dat de kracht van het slangenlijf vermindert; hij heeft zijn kalmte bewaard en ziet kans nog twee bijlslagen toe te brengen, waardoor het gevaar voor een gevoelige klap geweken is. Wanneer dan ook Cornelis, die het verste slaapt, roept: „Max, wat doe je toch?" antwoordt hij vrolijk: „Ik tracteer! Gisteren deed Roland het, vandaag doe ik het!"

Ondertussen zijn ze allemaal helder wakker en zien ze nog de zwak kronkelende bewegingen van de reusachtige boa. Prince heeft maar oog voor één ding: de feilloos afgesneden kop, die op dezelfde plaats is blijven liggen; hij zegt: „Boy, eiken anderen jongen zou'k een draai om z'n oren gegeven hebben voor zulke waaghalzerij, maar jou kan ik het toevertrouwen; ik zeg je, zo zou ik het niet gedurfd en niet gekund hebben!"

Max is op dit gebied al veel loftuitingen gewend, maar deze woorden doen hem toch goed. Hij zegt: „Dat beest kwam daar liggen en vroeg me: Durf je? en toen zei ik: ja! Dat is alles!"

In opgeruimde stemming — Ro en Freddy delen in Max' roem — wordt nu de reis voortgezet. Juist zoals Prince gedacht had, bereiken Ze tegen 11 uur de plaats, waar de Arrawarra in de Nickerie stroomt. Ze eten, rusten een paar uur en dan wordt het hard werken. De stroom is sterk en telkens moeten ze langs of over of onder omgevallen bomen heen. De takken zwiepen hen over 't lichaam en in het gezicht; wespen, wier nest ze kapot maken, steken hen; opgejaagde vleermuizen fladderen over hun hoofd, maar ze houden dapper vol.

Sluiten