Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dokter Hanumansingh vertelde maar al te graag. En terwijl het snel invallende donker de eeuwig groene oevers met hun machtige woudreuzen aan hun oog onttrok, zagen ze in hun verbeelding de helden uit de grijze oudheid herleven in al hun macht en schoonheid en dapperheid en trouw.

Inhetonverwinnelijke Ayodhya, door Manoe, den vader der mensen aan de voet der Himalaya gegrondvest, verschijnt Rama, de koningszoon, in wier! goden en mensen hun welgevallen hebben. Schoon is hij als een god; donker de kleur van zijn gelaat en groot zijn stralend oog, aan de lotusbloem gelijk.

Reeds spoedig toont hij zijn onvergelijkelijke dapperheid en sterkte in de strijd tegen de boze Rakshasen, dienaren van den zwarten Ravana, den vorst der reuzen.

Om Sita, de beminnelijkste aller vorstinnen tot echtgenote te krijgen, moet hij de boog spannen, die alleen god Shiva kon hanteren. Glimlachend bindt hij, als ware het spel, de sterke pees en spant met ijzere vuist de reuzenboog. Maar 't wapen blijkt te zwak voor Rama's hand en breekt door midden, splijtend als de bergtop en het rotsgevaarte, dat getroffen wordt door Indra's bliksemschicht.

Onmetelijke vreugde heerst bij de maandenlange huwelijksfeesten, maar dan beginnen Rama's schier eindeloze beproevingen.

Om een lichtvaardig gezworen eed van zijn vader, koning Dasharatha kan hij de troon niet bestijgen, gaat in ballingschap en lijdt de bitterste ontberingen met Sita, zijn gemalin en Lakshmana, zijn jongere broer, die beide uit vrije wil zijn ballingschap delen.

Nu is het uur der wraak voor Ravana gekomen. In zijn rijk met edelgesteenten versierde en door twee monsters getrokken wagen rijdt hij door de lucht naar het bos, waar Rama met zijn echtgenote en broeder woont. Maritja, de boze geest, komt den reuzenvorst te hulp. Hij verandert zich in een schoon gevlekte, goud-bonte gazel en vertoont zich in de buurt van Rama's kluis. Sita vraagt haar echtgenoot het schone dier voor haar te vangen en beide broers jagen de geheimzinnige gazel na tot diep in het bos. Ondertussen maakt Ravana zich van de weerloze Sita meester en voert haar in zijn wagen mee naar zijn onneembare vesting. Djayatoe, de koning der gieren, hoort Sita's hulpgeroep en snelt haar te hulp. Maar tegen Ravana's reuzenkracht is hij niet bestand en als een dor blad valt de gierenkoning stervend ter aarde, waar Rama hem vindt en verneemt, wie

Sluiten