Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn echtgenote ontvoerd heeft. Voort gaat Ravana's tocht door het luchtruim en als een gouden gordel op het zwarte git schitterde in het zonlicht de schone Sita naast het zwarte lichaam van den reus.

Aangekomen in het verre Lanka, blijft Sita doof voor alle beloften en bedreigingen van den koning der reuzen en weigert heldhaftig haar trouw aan Rama te breken.

Deze verzamelt een leger en trekt op, om zijn gemalin te bevrijden. Schier hopeloos is de onderneming: boze geesten en natuurkrachten moet hij bestrijden en ver, eindeloos ver is het land der reuzen. Maar Rama en de trouwe Lakshmana houden vol en eindelijk staan de twee legers tegenover elkaar in slagorde.

Geweldig was de strijd, die toen ontbrandde! Reeds spoedig scheen de dapperheid van Rama en de zijnen niet bestand tegen de bovennatuurlijke macht van Indradjit, Ravana's oudsten zoon. Diens onzichtbare pijlen, welke in slangen veranderen, treffen Rama en Lakshmana, omstrengelen hen en als twee geknakte banieren zijgen de broeders ter aarde neer. Hun leger begint te wijken en de laatste schemering van hoop schij nt uitgeblust voor de ongelukkige Sita, die van verre getuige moet zijn van deze al te ongelijke worsteling.

Daar verheft zich plotseling een geweldige storm; zwarte wolken bedekken het uitspansel; het water kookt in de diepte der zee; de bergen wankelen op hun grondvesten en de bomen aan de kust drijven ontworteld rond op de schuimende golven van de Oceaan. De dieren der aarde en de monsters der zee vluchten naar hun schuilhoeken; de rivieren staken haar loop en de titanen zelf sidderen in de donkere holen der onderwereld. Te midden van die strijd der natuurkrachten daalt uit de donkere hemel de heilige adelaar, Garoeda, de gevleugelde bode van Vishnoe, den allen-beheersenden Zonnegod, op het slagveld en verjaagt de giftige slangen, die Rama en Lakshmana omstrengeld houden. Nu woedt de strijd weer met nieuwe hevigheid. Ravana gebruikt al zijn reuzenkracht, maar wordt tenslotte in langdurig tweegevecht door Rama gedood.

Sita bewijst door de vuurproef haar twijfelenden echtgenoot, dat zij hem trouw gebleven is en eindelijk geniet Rama de welverdiende rust in een tijdperk van ongekende welvaart, dat nu nog de gouden eeuw van Indië genoemd wordt.

„Hè," zucht Roland, als de dokter blijft zwijgen, „dat was een mooi verhaal!"

Sluiten