Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Goed, ja, maar wacht 'ns, staat er soms iemand te wachten, die ook moet telefoneren?"

...... „Nee, 'k zie niemand."

„Goed, geef dan de hoorn aan Mevrouw Suratno en laat 'r even wachten; 'k zal Max roepen, dan kan-ie zelf even met z'n moeder spreken."

Roland had van dokters afwezigheid gebruik gemaakt, om Max te vertellen, dat hij niet wist, waar zijn familie woonde, zelfs niet eens, of die familie nog wel leefde en in Paramaribo was. Maar Max hoefde zich daarvan niks aan te trekken, hij zou zich wel redden!

Max had gezwegen. Graag had hij gezegd: je gaat natuurlijk met mij mee, maar...... als er een vreemde aan de steiger stond?

als hij bij vreemden in huis zou moeten? dat zouden natuurlijk Javanen zijn, kennissen van zijn vader; kon hij dan zo maar een Creoolse jongen meebrengen?

„Max, gauw aan de telefoon!" riep de dokter.

'n Minuut later hoorde hij de stem, die hij zo lang niet gehoord had: „Dag jongen, ben jij daar? Kom je gauw? Maak je het goed? Zeg 'ns wat, dat ik je stem hoor!"

Max kon maar één woord uitbrengen: „Moeder!"

Dat ene woord bracht een korte pauze in het gesprek; toen klonk het weer: „Max, ik heb goed nieuws voor je, maar dat vertel ik je straks wel, als je thuis bent. Er is ook een boodschap van Roland z'n moeder gekomen, maar dat komt straks wel terecht. Vraag aan den motorist of hij zo hard mogelijk wil varen, zul je 't doen?"

„Natuurlijk; moeder, Roland weet niet, waar zijn familie woont; mag hij zolang bij ons blijven?"

„Dat spreekt toch vanzelf! Jouw vrienden zijn thuis altijd welkom; kom nou maar gauw! Dag jongen, tot straks!"

„Dag moeder!"

Ondertussen vocht Roland met de moed der wanhoop tegen zijn verdriet. Nee, nou niet kinderachtig zijn! Max was weggeroepen; straks in de stad zou Max voortdurend weg zijn; die had zijn familie, die had z'n kennissen; daar moest hij, Roland, blij om zijn! Ja, natuurlijk, voor hem was er niemand op de steiger; voor hem was er niemand in de stad; voor hem zou het honderdmaal beter zijn, als er nu geen kanaal en geen stad bestond; als ze gewoon door konden varen, de boven-Saramacca op, het binnenland weer in; weer nieuwe avonturen beleven, samen met Max!

Sluiten