Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrachtgoed te lossen en te laden — waar hij zo dikwijls over had horen klagen — had hij geen moed, om op te staan en te kijken. De „storm" scheen wat bedaard te zijn; de boot lag tenminste tamelijk stil, maar wat was het benauwd! Het leek wel, of de keuken in de machinekamer was en die kamer maar één kleine opening had om etenslucht en olie-stank door te laten; hij lag zeker net vlak bij die opening! Waarom hadden ze hem daar nou juist neergelegd? En dan moest je nog voor zo'n ellendige boot betalen ook; tenminste Max' moeder had voor hem betaald; had-ie daarvoor wel bedankt?

Iemand vroeg hem, of hij naar Coronie moest. „Ik moet nergens naar toe", kreunde hij. De eigenaar van de stem scheen dit een alleszins bevredigend antwoord te vinden, vroeg tenminste niet verder.

Eerst tegen de morgen viel hij in slaap en zou niet vóór Nickerie wakker geworden zijn, als hij op 'n gegeven ogenblik op zijn benen niet iets zwaars gevoeld had, waarvan hij zelfs in zijn slaap vermoedde, dat het daar niet thuis hoorde. Dit vermoeden werd zekerheid, toen hij wakker werd en 'n kereltje van een jaar of vier op z'n benen zag liggen. Het ventje scheen zelf ook te twijfelen, of hij wel een geschikte plaats had uitgezocht, om te vallen en te blijven liggen; het zette een keel op, om zich bij voorbaat tegen ongevallen te verzekeren.

Roland was ondertussen helder wakker geworden en bemerkte, dat de boot niet meer schommelde. Die ontdekking verzoende hem onmiddellijk met het leven in 't algemeen en met het schreeuwende ventje in 't bijzonder. Hij richtte zich op, zette het kind op z'n knieën en zei zo vriendelijk mogelijk: „Niet bang zijn, ik ga je niet slaan".

Nu het doel der schreeuwpartij bereikt was, hield deze op en begonnen onderhandelingen over rijst met zout vlees, of broodjes of koekjes of bananen; Ro had zelf honger, maar zag er tegen op, alleen te gaan eten. Nauwelijks had hij zijn trommel geopend en was hij begonnen met uit te pakken, of er kwam een negerin aanlopen, die met zoveel belangstelling bleef kijken, dat Ro vroeg: „Is U zijn moeder?"

De vrouw bekeek hem onderzoekend en stelde een onverwachte wedervraag: „Ga jij eten, zonder je te wassen?"

Die vraag maakte hem verlegen. „Kun je je hier dan wassen aan boord?"

Sluiten