Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vrouw verdween en kwam even later terug met een kom water. „Heb je zeep en kam en handdoek?"

Die had Ro en nu was het tien minuten lang proesten en mondspoelen en kammen, dat een lust was. Het deed hem goed en met eens zoveel smaak begon hij te eten. Zonder omhaal vroeg de vrouw hem, zijn mok bij te houden, die ze vol schonk met cacao, 't Liep tegen elf uur en hij had vanaf de vorige middag niets gegeten; geen wonder, dat het hem smaakte!

De boot lag stil voor de monding van de Nickerie en kon pas over een uur opstomen, als 't water hoog genoeg was, om over de zandbank te varen. Ro liep eens rond, om te zien, of er nog bekenden aan boord waren, maar vond alleen een paar koelies uit de polder, die hij wel eens meer gezien had. Hij was blij, toen het uur om was en ging aan de reling staan, om toch alles maar goed te zien.

Kijk, daar had je de politiepost op Santi; verderop moesten de sluizen zijn; hoe dikwijls was hij daar niet wezen zwemmen met Max; dat zou nou voorgoed uit zijn! Maar die gedachte werd spoedig door andere verdrongen; hij kwam weer thuis, bij zijn moeder en broertjes; die zouen natuurlijk op de steiger staan, en z'n andere kameraden ook; wat zou-ie de eerste dagen veel te vertellen hebben!

Wat kon dat zijn? O ja, het torentje van de Mahomedaanse kerk; dat kwam juist boven de dijk uit; daar de katoenplantage Margarethenburg; wat zouen ze daar ook weer mee gaan uitvoeren? Iets met grote machines, dat wist-ie nog wel. Misschien kon-ie daar wat werk krijgen; hij wist wel niks van machines af, maar dat was gauw genoeg geleerd.

Bij de laatste bocht kon-ie de steiger al zien; nou zou de boot......

daar had je het al! Na een paar vergeefse pogingen, die op wat sissen uitliepen, bromde de boot zijn zware welkomstgroet aan Nickerie; hij wist precies, wat er nu gebeurde. Bijna iedereen zei: de boot! en wie niks te doen had, liep naar de steiger, om te kijken. Nou, ze hadden tijd genoeg; omdat het vloed was, moest de Prinses eerst helemaal omkeren, om tegen de stroom in te kunnen landen. Tot op het achterdek kon Ro de bevelen van den kapitein verstaan, 't Was een heel karwei, dat draaien; de rivier was zo smal, dat de grote Prinses maar net om haar as kon draaien, zonder een der beide oevers te raken; en dat in de sterke stroom! Ze waren al een heel eind voorbij de steiger, voordat de boot met de kop naar zee lag; langzaam

Sluiten