Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voeren ze naar de aanlegplaats en nu kon Ro de wachtenden onderscheiden. Waar stond moeder nou? Eensklaps hoorde hij zijn naam schreeuwen; dat waren Winny en Chally; daar stonden ze; moeder moest ze allebei vasthouden, anders zouen ze nog in 't water springen!

Ook van andere kanten hoorde hij zijn naam roepen; was het nou verbeelding, of keken werkelijk alle mensen naar hem? Daar weer 'n paar, die zijn naam riepen en naar hem wuifden. Ja, 't was bepaald, om hem te doen; waarom eigenlijk? Nou ja, hij was binnendoor naar de stad gegaan, voor een deel door de bossen; maar dat ging allemaal zo vanzelf; als ze hem vroeger in Nickerie gevraagd hadden, om naar Washabo te gaan en vandaar naar de stad, had-ie het nooit gedurfd; gevraagd, of ze gek waren! Maar nu het voorbij was, leek het toch tamelijk eenvoudig; je loopt maar en je vaart maar, dan kom je er vanzelf!

Ondertussen was de boot aan de steiger gemeerd, de scheepspapieren vluchtig nagekeken en konden de passagiers van boord. Winny en Chally waren niet te houden en gaven hun moeder nauwelijks kans, om Ro te omhelzen. De drukte, die zij maakte, om haar blijdschap te tonen, werd al gauw overstemd door de welkomstgroeten van Rolands kameraden, die voltallig op de steiger aanwezig waren. Ook van grote mensen moest hij handen drukken en vragen beantwoorden, tot hij er duizelig van werd. Max' vader was er ook en vroeg hem, zo gauw hij thuis wat uitgerust en uitverteld was, bij hem te komen en over hun reis te verhalen. Hij had zeker al gehoord, dat hij overgeplaatst was en de volgende week al naar de stad ging?

Ro beloofde nog diezelfde avond te zullen komen en hield woord; ook de volgende avond en elke avond zat hij in het huis van Max. Overdag was hij thuis of bij zijn kameraden aan de steiger en beantwoordde vrolijk en druk de duizend en één vragen, die ze hem stelden. Maar hoe het kwam, wist hij niet: hij was blij, als het avond werd en hij in zijn vaste hoekje in de huiskamer van den Javaan zat. Soms vertelde hij, soms zaten ze een half uur lang zonder een woord te zeggen. Die stilte en rust deed hem goed; dan kon hij stil voor zich uitstaren in het vriendelijk licht der schemerlamp. Hadden de bossen hem zo stil gemaakt? Of was het 't naderend afscheid van alles, wat zo innig met Max verbonden was geweest? Hoe had hij zich aan

Sluiten