Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„de gelegenheid maakt den dief" was een oud en waar spreekwoord.

Voor het ogenblik was het nog doodstil in de straat, maar dat zou zó niet blijven. Vier weken lang was het nu gedaan met de stille ochtenden en de rustige middagen. In Augustus waren de kinderen de baas en luidruchtiger bazen bestonden er niet. Moeder keek de straat nog eens in met haar handen boven haar ogen tegen de sterke zon. Ze zag de huizen aan weerskanten zo heel gelaten wachten op wat komen ging. Het was haast niet te geloven,dat over een paar minuten al die deuren open zouden gaan en dan tot vanavond zeven uur bijna niet meer met rust gelaten zouden worden. Want de kinderen in de Dirklangedwarsstraat liepen de hele avond in en uit, dat was zo hun gewoonte. Daar kwam de eerste jongen al, hoe kon zo n klein mannetje zo vlug uit school wezen ? Hij floot van Sari Marijs, dat het schalde door de straat.

Die fluit zo fijn als onze Peter, dacht moeder, die

niet zulke goede ogen meer had.

„Hallo, moeder," zei de jongen een ogenblik later. Hij greep in de eerste bak de beste en haalde er een fijne appel uit. „Moeder, ik ben overgegaan, nou mag ik wel een appel hebben? Meteen zette hij zijn tanden erin. Ha, dat knerste lekker en het sap liep langs zijn mond.

„Het helpt me niets, al zeg ik nee," bromde moeder. Maar ze was toch niet boos. Ze was blij, dat Peter weer over was en ze vond het knap van hem ook, hij was nog maar juist tien jaar geweest.

„Wat ben jij vroeg, Peter," zei ze. „Ik zie nog geen

van de andere jongens."

„Dat is nu mijn geheim," zei Peter als een grote kerel. Hij keek de straat rond met een air, of hij Julius

Sluiten